Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2005/44/EG betreffende geharmoniseerde River Information Services (RIS) op de binnenwateren in de Gemeenschap
Bijlage II Beginselen voor technische specificaties voor RIS
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2026
- Bronpublicatie:
26-11-2025, PbEU L 2025, 2025/2482 (uitgifte: 12-12-2025, regelingnummer: 2025/2482)
- Inwerkingtreding
01-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
26-11-2025, PbEU L 2025, 2025/2482 (uitgifte: 12-12-2025, regelingnummer: 2025/2482)
- Vakgebied(en)
Vervoersrecht / Binnenvaart
Informatierecht / ICT-recht
1. Algemene beginselen
De technische specificaties voor RIS moeten voldoen aan de volgende algemene beginselen:
- a)
de aanduiding van technische voorschriften voor de planning, de toepassing en het operationele gebruik van diensten en aanverwante systemen;
- b)
de architectuur en organisatie van RIS;
- c)
aanbevelingen voor schepen om aan RIS deel te nemen, met het oog op individuele diensten en de stapsgewijze ontwikkeling van RIS.
2. Elektronisch binnenvaartkaartweergave- en -informatiesysteem (inland ECDIS)
Bij het opstellen van de technische specificaties, overeenkomstig artikel 5, voor een systeem voor de elektronische weergave van binnenvaartkaarten en -informatie (inland ECDIS), moeten de volgende beginselen in acht worden genomen:
- a)
compatibiliteit met het elektronische zeevaartkaartweergave- en -informatiesysteem (maritime ECDIS) om het verkeer van binnenschepen in gemengde verkeerszones zoals riviermondingen en het zee-binnenwaterverkeer te vergemakkelijken;
- b)
de specificatie van minimale voorschriften voor inland ECDIS-apparatuur en de minimale inhoud van elektronische navigatiekaarten met het oog op de veiligheid van de navigatie, met name:
- i)
een hoog niveau van betrouwbaarheid en beschikbaarheid van de gebruikte inland ECDIS-apparatuur;
- ii)
de mate waarin inland ECDIS-apparatuur bestand is tegen de omstandigheden die gewoonlijk aan boord van een schip heersen, zonder dat de kwaliteit of de betrouwbaarheid achteruitgaat;
- iii)
de opname in de elektronische navigatiekaarten van diverse soorten geografische objecten, zoals vaarweggrenzen, walconstructies en bakens, die nodig zijn om de veiligheid van de navigatie te verzekeren;
- iv)
de controle van de elektronische kaart aan de hand van radarbeeld-overlay, wanneer het schip op basis van deze kaart wordt bestuurd;
- c)
de integratie van actuele informatie over de diepte van de vaarweg in de elektronische navigatiekaart en de weergave van die informatie in relatie tot een vooraf bepaald of werkelijk waterpeil;
- d)
de integratie van aanvullende informatie, bijvoorbeeld van andere partijen dan de bevoegde instanties, in de elektronische navigatiekaart en de weergave van die informatie in inland ECDIS, zonder dat dit ten koste gaat van de nodige informatie om de veiligheid van de navigatie te verzekeren;
- e)
de beschikbaarheid van elektronische navigatiekaarten voor RIS-gebruikers;
- f)
de beschikbaarheid van de gegevens voor elektronische navigatiekaarten voor alle fabrikanten van toepassingen, indien passend en tegen een redelijke, aan de kosten gerelateerde prijs;
- g)
de integratie van actuele informatie over de wachttijden bij sluizen, bruggen en binnenhavens en de weergave van die informatie in inland ECDIS, zonder dat dit ten koste gaat van de nodige informatie om de veiligheid van de navigatie te verzekeren.
3. Elektronische melding van schepen
Bij het opstellen van de technische specificaties voor elektronische melding van schepen in de binnenvaart, overeenkomstig artikel 5, moeten de volgende beginselen in acht worden genomen:
- a)
de bevordering van de elektronische uitwisseling van gegevens tussen de bevoegde instanties van de lidstaten, tussen deelnemers aan de binnenvaart en de zeevaart, en in het multimodaal vervoer voor zover de binnenvaart daarvan deel uitmaakt;
- b)
het gebruik van gestandaardiseerde berichten om informatie over het vervoer door te sturen van schip naar instantie, van instantie naar schip en van instantie naar instantie, om voor compatibiliteit met de zeevaart te zorgen;
- c)
het gebruik van internationaal aanvaarde codelijsten en classificaties, eventueel aangevuld op basis van specifieke behoeften van de binnenvaart;
- d)
het gebruik van een uniek Europees scheepsidentificatienummer.
4. Berichten aan de scheepvaart
Bij het opstellen van de technische specificaties voor berichten aan de scheepvaart, overeenkomstig artikel 5, met name wat vaarweginformatie, verkeersinformatie, verkeersbeheer en reisplanning op de binnenwateren betreft, moeten de volgende beginselen in acht worden genomen:
- a)
een gestandaardiseerde gegevensstructuur die gebruikmaakt van vooraf gedefinieerde tekstmodules en die in grote mate is gecodeerd, zodat de belangrijkste inhoud automatisch in andere talen kan worden vertaald en de berichten aan de scheepvaart gemakkelijk in reisplanningssystemen kunnen worden geïntegreerd;
- b)
de compatibiliteit van de gestandaardiseerde gegevensstructuur met de gegevensstructuur van inland ECDIS, om de integratie van de berichten aan de scheepvaart in inland ECDIS te vergemakkelijken;
- c)
afstemming op de technische specificaties voor navigatie en reisplanning op de binnenwateren om de samenhang van de verstrekte informatie te waarborgen.
5. Tracking- en tracingsystemen van schepen
Bij het opstellen van de technische specificaties voor tracking- en tracingsystemen van schepen, overeenkomstig artikel 5, moeten de volgende beginselen in acht worden genomen:
- a)
de specificatie van de vereisten voor systemen en van standaardberichten en -procedures, zodat die automatisch kunnen worden doorgegeven;
- b)
het onderscheid tussen systemen die aan de vereisten van tactische verkeersinformatie voldoen en systemen die aan de vereisten van strategische verkeersinformatie voldoen, zowel wat de nauwkeurigheid van de plaatsbepaling als de vereiste bijwerkingssnelheid betreft;
- c)
de beschrijving van de relevante technische systemen voor tracking en tracing van schepen, zoals Inland AIS (automatisch identificatiesysteem);
- d)
de compatibiliteit van dataformaten met het AIS-systeem voor de zeevaart.
6. Operationele beginselen van de europese RIS-omgeving
Bij het opstellen van de technische specificaties voor de Europese RIS-omgeving, overeenkomstig artikel 5, moeten de volgende beginselen in acht worden genomen:
- a)
fungeren als één enkel digitaal loket voor de binnenvaart;
- b)
fungeren als geharmoniseerd centraal toegangspunt voor actuele informatie, indien mogelijk in realtime, over vaarwegomstandigheden met het oog op veilige en duurzame navigatie, reisplanning en havenbedrijvigheid op het TEN-T;
- c)
multimodale vervoerketens mogelijk maken en tegelijk een passend niveau van gegevensbescherming bieden;
- d)
een hoog niveau van gegevensnauwkeurigheid bieden voor naadloze gegevensuitwisseling tussen relevante RIS-gebruikers op het TEN-T (binnen en buiten de Unie);
- e)
een gebruikersvriendelijke koppeling bieden met bruikbare, nuttige en praktische functies, zoals de mogelijkheid om profielen op te slaan en te bewaren;
- f)
fungeren als geharmoniseerd, centraal meldingspunt volgens het eenmaligheidsbeginsel, ook voor internationale reizen;
- g)
zorgen voor verbinding met andere systemen die gebruikmaken van informatie-, communicatie-, navigatie- of plaatsbepalings-/lokalisatietechnologie om de infrastructuur, de mobiliteit en het verkeer op het TEN-T doeltreffend te beheren en om burgers en exploitanten diensten met een meerwaarde te verlenen, met inbegrip van systemen voor een veilig, betrouwbaar, milieuvriendelijk en capaciteitsefficiënt gebruik van het TEN-T;
- h)
verzamelen en melden van geanonimiseerde en geaggregeerde gebruiksgegevens die kunnen worden gebruikt voor het toezicht op de invoering van RIS, met inbegrip van ten minste het aantal RIS-gebruikers, de beschikbaarheid van gegevens in de Europese RIS-omgeving, en de verbinding en het aantal uitwisselingen met andere digitale systemen of platforms;
- i)
zorgen voor cyberbeveiliging.
7. Beschikbaarheid van gegevens voor andere digitale systemen of platforms
Bij het opstellen van de technische specificaties voor gegevensuitwisseling met andere digitale systemen of platforms, overeenkomstig artikel 5, worden de volgende beginselen in acht genomen:
- a)
voortbouwen op de functies van de Europese RIS-omgeving;
- b)
vergemakkelijken van de elektronische gegevensuitwisseling tussen RIS-technologieën en de databanken en systemen die door andere vervoerswijzen worden gebruikt, via passende datalinks en koppeling;
- c)
specificeren van de voorschriften voor andere digitale systemen of platforms, alsook de procedures voor automatische gegevensuitwisseling;
- d)
uitwisselen van informatie in realtime, met name wat tijdkritieke gegevens betreft;
- e)
zorgen voor de veilige uitwisseling van informatie overeenkomstig een uitgebreid, op rechten gebaseerd toegangscontrolesysteem;
- f)
anticiperen op een systeemuitwisselingskader dat de nodige toekomstige ontwikkelingen en koppelingen met aanvullende systemen mogelijk maakt, met inbegrip van uitwisselingen met de toekomstige Europese dataruimte voor mobiliteit en elk ander systeem dat is ontworpen om innovaties op het gebied van multimodaal vervoer te bevorderen.
8. Gegevens voor navigatie en reisplanning op de binnenwateren
Bij het opstellen van de technische specificaties voor gegevens betreffende navigatie- en reisplanning op de binnenwateren in overeenstemming met artikel 5, moeten de volgende beginselen in acht worden genomen:
- a)
verstrekken van actuele informatie met regelmatige tussenpozen en ten minste wanneer zich belangrijke veranderingen in de vaarwegsituatie voordoen die een invloed kunnen hebben op de scheepvaart;
- b)
ten minste de volgende informatie bevatten:
- i)
voorspelde wachttijden bij sluizen, (beweegbare) bruggen en binnenhavens;
- ii)
gegevens over het Europees waterwegnetwerk die nodig zijn voor navigatie en reisplanning op de binnenwateren en die ten minste voldoen aan de in bijlage I bepaalde minimumvereisten voor de gegevens;
- iii)
waterpeil, minst gepeilde diepte, doorvaarthoogte, stuwstand indien de navigatie hierdoor wordt belemmerd, waterregime, voorspeld waterpeil en minst gepeilde voorspelde diepte;
- iv)
ijsgang en de bijbehorende bevaarbaarheid of andere waarschuwingen voor extreme weersomstandigheden;
- v)
bedieningstijden van sluizen, (beweegbare) bruggen, binnenhavens.
- c)
verstrekken van informatie via inland ECDIS, berichten aan de scheepvaart en de Europese RIS-omgeving, naargelang het geval.