Einde inhoudsopgave
Enkelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen, 1961
Artikel 35 Strijd tegen de sluikhandel
Geldend
Geldend vanaf 08-08-1975
- Redactionele toelichting
Deze wijziging is voor het Koninkrijk der Nederlanden op 28-06-1987 in werking getreden. Deze wijziging is nog niet voor alle partijen in werking getreden. Zie voor de inwerkingtredingsgegevens van deze wijziging het protocol van 25-03-1972, Trb. 1980, nr. 184.
- Bronpublicatie:
25-03-1972, Trb. 1980, 184 (uitgifte: 27-11-1980, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
08-08-1975
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
27-11-1980, Trb. 1980, 184 (uitgifte: 27-11-1980, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Internationaal strafrecht / Bijzondere onderwerpen
Met inachtneming van hun grondwettelijk stelsel, rechtsstelsel en administratief stelsel, dienen Partijen:
- (a)
regelingen te treffen op nationaal niveau voor de coördinatie van preventieve en repressieve maatregelen tegen de sluikhandel; te dien einde kunnen zij een daarvoor in aanmerking komende instantie aanwijzen, die zich met deze coördinatie zal belasten;
- (b)
elkaar bij te staan bij de bestrijding van de sluikhandel in verdovende middelen;
- (c)
nauw met elkaar en met de bevoegde internationale organisaties waarvan zij lid zijn, samen te werken ten einde een gecoördineerde strijd tegen de sluikhandel te voeren;
- (d)
ervoor zorg te dragen, dat de samenwerking tussen de desbetreffende instanties op vlotte wijze verloopt;
- (e)
ervoor te zorgen, dat indien rechtsbescheiden naar het buitenland worden gezonden ten behoeve van een strafvervolging, dit op vlotte wijze geschiedt aan de door de Partijen daartoe aangewezen instanties. Deze bepaling tast het recht van een Partij niet aan te eisen, dat de rechtsbescheiden haar langs diplomatieke weg worden toegezonden;
- (f)
wanneer zij zulks passend achten, het Comité en via de Secretaris- Generaal de Commissie, behalve de in artikel 18 vereiste gegevens, tevens gegevens te verstrekken inzake clandestiene activiteiten met betrekking tot verdovende middelen binnen hun grenzen, met inbegrip van gegevens inzake clandestiene verbouw, produktie, vervaardiging en gebruik van, en sluikhandel in verdovende middelen; en
- (g)
de in de voorgaande letter bedoelde gegevens voor zover mogelijk te verstrekken op de wijze en op de tijdstippen die het Comité verzoekt; op verzoek van een Partij, kan het Comité adviseren bij het verstrekken van de gegevens en bij het streven naar beperking van de clandestiene activiteiten met betrekking tot verdovende middelen binnen de grenzen van die Partij.