Einde inhoudsopgave
Invoeringswet Omgevingswet — Memorie van toelichting
§ 4.3.2 Overgangsbepalingen Crisis- en herstelwet
Geldend
Geldend vanaf 29-06-2018
Algemeen
Voor alle (type) besluiten die — zoals artikel 1.1, eerste lid, onder a, Chw dat verwoordt — krachtens enig wettelijk voorschrift zijn vereist voor de ontwikkeling of verwezenlijking van de in bijlage I bij de Chw bedoelde categorieën ruimtelijke en infrastructurele projecten dan wel voor de in bijlage II bij de Chw bedoelde ruimtelijke en infrastructurele projecten, hoeft bij intrekking van de Chw niet te worden voorzien in (afzonderlijk) overgangsrecht. Deze besluiten zijn immers geregeld in andere wetgeving krachtens enig wettelijk voorschrift, zoals de Tracéwet of de Wro, voor welke wetten elders in dit hoofdstuk al wordt voorzien in overgangsrecht. De Chw voorziet voor deze besluiten niet in specifieke, afwijkende bevoegdheden, maar alleen in andere procedurevoorschriften. Voor die procedurevoorschriften geldt het overgangsrecht opgenomen in afdeling 4.1 van dit wetsvoorstel (zie volgende alinea).
Overgangsrecht lopende procedures
Voor op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet (nog) lopende besluitvormingsprocedures die — al dan niet, geheel of gedeeltelijk — gebruik maken van de bijzondere bepalingen voor projecten uit hoofdstuk 1 van de Chw, geldt het algemene overgangsrecht voor lopende procedures in afdeling 4.1. Voor deze besluiten wordt onder de eerbiedigende werking van het ‘oude’ recht ook begrepen hoofdstuk 1 van de Chw.
Dit betreft voor afdeling 2 (procedureversnelling) van hoofdstuk 1 Chw:
- 1°
de besluiten vereist voor de ontwikkeling of verwezenlijking van in de bijlagen I en II van de Chw genoemde (categorieën van) ruimtelijke en infrastructurele projecten (artikel 1.1, eerste lid, onder a, van de Chw). Deze besluiten vereisen geen specifiek overgangsrecht, aangezien die projecten tot stand komen met behulp van het bestaande instrumentarium uit de Tracéwet, de Wabo, de Wm en de Wro, waarbij hoofdstuk 1 van de Chw voorziet in een aantal procedurele versnellingen. Van die Chw-versnellingen kan voor die lopende besluitvormingstrajecten (inclusief eventuele beroepsprocedures) onder dit algemene overgangsrecht gebruik worden gemaakt.
- 2°
de bijzondere bestemmingsplannen voor ontwikkelingsgebieden (artikel 1.1, eerste lid, onder b, en artikel 2.3 van de Chw; zie artikel 2 van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet), evenals de voor uitvoering van die plannen vereiste besluiten. En volledigheidshalve ook het inpassingsplan voor ontwikkelingsgebieden (artikel 2.3a van de Chw), al is tot op heden zo'n inpassingsplan nog niet in voorbereiding.
- 3°
de projectuitvoeringsbesluiten (artikel 2.10 van de Chw).
Voor wat betreft afdeling 3 (afwijkend mer-regime) van hoofdstuk 1 Chw betreft dit:
- 1°
de besluiten vereist voor de ontwikkeling of verwezenlijking van in de bijlage II van de Chw genoemde ruimtelijke en infrastructurele projecten;
- 2°
de drie krachtens artikel 2.18 aangewezen lokale en (boven)regionale projecten met nationale betekenis (FlorijnAs te Assen, Rotterdam Central District en het Stationsgebied Utrecht; zie artikel 9 van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet).
Voor de Chw-bestemmingsplannen is, net als bij de Wro-bestemmingsplannen, een uitzondering gemaakt op de hoofdregel van artikel 4.3. Het oude recht blijft bij een bestemmingsplan van toepassing tot het plan van kracht is, niet tot het plan onherroepelijk is. De reden hiervoor is dat het bestemmingsplan na de bekendmaking en de daarop volgende beroepstermijn in werking treedt en beroep tegen (onderdelen van) dat plan geen schorsende werking heeft. Het vastgestelde en bekendgemaakte plan geldt dus als (deel van het) omgevingsplan, ook als er nog een beroepsprocedure tegen het plan loopt.
Onbenoemd Artikel 4.28 (Chw-bestemmingsplan)
Onbenoemd Artikel 4.29 (Chw-inpassingsplan)
Onbenoemd Artikel 4.30 (experimenten)
Onbenoemd Artikel 4.31 (projectuitvoeringsbesluit)