Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) nr. 596/2014 betreffende marktmisbruik en intrekking Richtlijn 2003/6/EG, enz. (Verordening marktmisbruik)
Artikel 30 Administratieve sancties en andere administratieve maatregelen
Geldend
Geldend vanaf 04-12-2024
- Bronpublicatie:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2809 (uitgifte: 14-11-2024, regelingnummer: 2024/2809)
- Inwerkingtreding
04-12-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2809 (uitgifte: 14-11-2024, regelingnummer: 2024/2809)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
1.
Onverminderd strafrechtelijke sancties en onverminderd de toezichtsbevoegdheden van de bevoegde autoriteiten uit hoofde van artikel 23 zorgen de lidstaten er overeenkomstig het nationale recht voor dat de bevoegde autoriteiten de bevoegdheid hebben passende administratieve sancties en administratieve maatregelen te nemen met betrekking tot in ieder geval de volgende inbreuken:
- a)
- b)
weigering om aan een onderzoek of een inspectie mee te werken of gehoor te geven aan een vordering of verzoek zoals bedoeld in artikel 23, lid 2.
De lidstaten kunnen tot 3 juli 2016 besluiten geen bepalingen betreffende administratieve sancties als bedoeld in de eerste alinea vast te stellen indien de onder a) of onder b) van de eerste alinea bedoelde inbreuken in het nationale recht reeds aan strafrechtelijke sancties onderworpen zijn. Indien zij dit besluiten, stellen zij de Commissie en ESMA in detail in kennis van de strafrechtbepalingen in kwestie.
Uiterlijk op 3 juli 2016 stellen de lidstaten de Commissie en ESMA in detail in kennis van de in de eerste en de tweede alinea bedoelde regels. Zij stellen de Commissie en ESMA onverwijld in kennis van alle verdere wijzigingen ervan.
2.
Lidstaten zorgen er overeenkomstig het nationale recht voor dat de bevoegde autoriteiten in het geval van de in lid 1, eerste alinea, onder a), bedoelde inbreuken beschikken over de bevoegdheid ten minste de volgende administratieve sancties op te leggen en ten minste de volgende administratieve maatregelen te nemen:
- a)
een bevel waarbij de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon wordt verplicht de gedraging te staken en af te zien van herhaling van die gedraging;
- b)
een besluit strekkende tot terugbetaling van de met de inbreuk gemaakte winst of tot vergoeding van het met de inbreuk geleden verlies, voor zover deze kunnen worden vastgesteld;
- c)
een publieke waarschuwing waarin de verantwoordelijke persoon en de aard van de inbreuk worden geïdentificeerd;
- d)
het intrekken of opschorten van de vergunning van een beleggingsonderneming;
- e)
een tijdelijk verbod voor iedere persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden in een beleggingsonderneming of iedere andere natuurlijke persoon die verantwoordelijk wordt gehouden voor de inbreuk, om leidinggevende taken in beleggingsondernemingen, alsook in benchmarkbeheerders of in onder toezicht staande contribuanten;
- f)
in het geval van herhaalde inbreuken op artikel 14 of 15, een verbod van ten minste tien jaar voor iedere persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden in een beleggingsonderneming, een benchmarkbeheerder of een onder toezicht staande contribuant of iedere andere natuurlijke persoon die verantwoordelijk wordt gehouden voor de inbreuk, om leidinggevende taken in beleggingsondernemingen uit te oefenen, alsook in benchmarkbeheerders of in onder toezicht staande contribuanten;
- g)
een tijdelijk verbod voor iedere persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden in een beleggingsonderneming, een benchmarkbeheerder of een onder toezicht staande contribuant, of iedere andere natuurlijke persoon die verantwoordelijk wordt gehouden voor de inbreuk, om te handelen voor eigen rekening;
- h)
maximale administratieve financiële sancties van ten minste driemaal het bedrag van de vanwege de inbreuk behaalde winsten of vermeden verliezen, indien deze kunnen worden vastgesteld;
- i)
met betrekking tot een natuurlijke persoon, maximale administratieve financiële sancties van ten minste;
- i)
voor inbreuken op de artikelen 14 en 15, 5000 000 EUR of, in lidstaten die niet de euro als munt hebben, de overeenkomstige waarde in de nationale munteenheid op 2 juli 2014, of
- ii)
voor inbreuken van de artikelen 16 en 17, 1000 000 EUR of, in lidstaten die niet de euro als munt hebben, de overeenkomstige waarde in de nationale munteenheid op 2 juli 2014, en
- iii)
voor inbreuken op de artikelen 18, 19 en 20, 500000 EUR of, in de lidstaten die niet de euro als munt hebben, de overeenkomstige waarde in de nationale munteenheid op 2 juli 2014, en
- j)
met betrekking tot een rechtspersoon, maximale administratieve financiële sancties van ten minste:
- i)
voor inbreuken op de artikelen 14 en 15, 15 % van de totale jaaromzet van de rechtspersoon volgens de meest recente en door het leidinggevend orgaan goedgekeurde jaarrekening of 15 000 000 EUR of, in de lidstaten die de euro niet als munt hebben, de overeenkomstige waarde in de nationale munteenheid op 2 juli 2014;
- ii)
voor inbreuken op artikel 16, 2 % van zijn totale jaaromzet volgens de meest recente en door het leidinggevend orgaan goedgekeurde jaarrekening, of 2 500 000 EUR, of in de lidstaten die de euro niet als munt hebben, de overeenkomstige waarde in de nationale munteenheid op 2 juli 2014;
- iii)
voor inbreuken op artikel 17, 2 % van zijn totale jaaromzet volgens de meest recente en door het leidinggevend orgaan goedgekeurde jaarrekening. Indien de bevoegde autoriteiten van oordeel zijn dat het bedrag van de administratieve sanctie op basis van de totale jaaromzet onevenredig laag zou zijn, gelet op de in artikel 31, lid 1, punten a), b) en d) tot en met h), bedoelde omstandigheden, zorgen de lidstaten ervoor dat dergelijke autoriteiten administratieve sancties van ten minste 2 500 000 EUR kunnen opleggen. Indien de rechtspersoon een kleine of middelgrote onderneming (mkb-onderneming) is, kunnen de lidstaten ervoor zorgen dat dergelijke autoriteiten als alternatief administratieve sancties van ten minste 1 000 000 EUR kunnen opleggen, of, in de lidstaten die de euro niet als munt hebben, de overeenkomstige waarde in de nationale munteenheid op 2 juli 2014;
- iv)
voor inbreuken op de artikelen 18 en 19, 0,8% van zijn totale jaaromzet volgens de meest recente en door het leidinggevend orgaan goedgekeurde jaarrekening. Indien de bevoegde autoriteiten van oordeel zijn dat het bedrag van de administratieve sanctie op basis van de totale jaaromzet onevenredig laag zou zijn, gelet op de in artikel 31, lid 1, punten a), b) en d) tot en met h), bedoelde omstandigheden, zorgen de lidstaten ervoor dat dergelijke autoriteiten administratieve sancties van ten minste 1 000 000 EUR kunnen opleggen. Indien de rechtspersoon een kleine of middelgrote onderneming (mkb-onderneming) is, kunnen de lidstaten ervoor zorgen dat dergelijke autoriteiten als alternatief administratieve sancties kunnen opleggen van ten minste 400 000 EUR, of, in de lidstaten die de euro niet als munt hebben, de overeenkomstige waarde in de nationale munteenheid op 2 juli 2014;
- v.
voor inbreuken op artikel 20, 0,8% van zijn totale jaaromzet volgens de meest recente en door het leidinggevend orgaan goedgekeurde jaarrekening of 1 000 000 EUR of, in de lidstaten die de euro niet als munt hebben, de overeenkomstige waarde in de nationale munteenheid op 2 juli 2014.
Verwijzingen naar de bevoegde autoriteit in dit lid gelden onverminderd het bevoegdheden van de bevoegde autoriteit haar taken uit te oefenen op de wijzen zoals bedoeld in artikel 23, lid 1.
Voor de toepassing van de eerste alinea, punt j), indien de rechtspersoon een moederonderneming is of een dochteronderneming van de moederonderneming die op grond van Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad (1) verplicht is een geconsolideerde jaarrekening op te stellen, is de relevante omzet de totale jaaromzet of de overeenkomstige soort inkomsten in overeenstemming met de jaarrekeningrichtlijnen in kwestie, Richtlijn 86/635/EEG(2) van de Raad voor banken en Richtlijn 91/674/EEG(3) van de Raad voor verzekeringsondernemingen, volgens de meest recente door het leidinggevend orgaan van de uiteindelijke moederonderneming goedgekeurde geconsolideerde jaarrekening.
3.
De lidstaten kunnen bevoegde autoriteiten uit hoofde van het nationale recht andere dan de in lid 2 bedoelde bevoegdheden geven en kunnen in hogere sancties voorzien dan die welke in dat lid zijn vastgesteld.
4.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder ‘kleine of middelgrote onderneming’ of ‘mkb-onderneming’ verstaan een kleine, middelgrote of micro-onderneming in de zin van artikel 2 van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie (1).
Voetnoten
Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19).
Richtlijn 86/635/EEG van de Raad van 8 december 1986 betreffende de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van banken en andere financiële instellingen (PB L 372 van 31.12.1986, blz. 1).
Richtlijn 91/674/EEG van de Raad van 19 december 1991 betreffende de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van verzekeringsondernemingen (PB L 374 van 31.12.1991, blz. 7).
Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36).