Einde inhoudsopgave
Besluit waardering verzekeringsvorderingen in faillissement
Artikel 6 Premiebetalende verzekering niet zijnde beleggingsverzekering
Geldend
Geldend vanaf 01-08-2019
- Bronpublicatie:
10-07-2019, Stb. 2019, 274 (uitgifte: 29-07-2019, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-08-2019
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
10-07-2019, Stb. 2019, 274 (uitgifte: 29-07-2019, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Overige regelgevende instantie(s)
Ministerie van Justitie en Veiligheid
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Verzekeringsrecht / Algemeen
1.
De waarde van een vordering uit hoofde van een verzekering wordt berekend overeenkomstig het tweede tot en met zesde lid, indien de verzekeraar zich heeft verbonden tot het verrichten van een uitkering waarbij het tijdstip of hoogte onzeker is en de hoogte van de uitkering niet gebaseerd is op de tegenwaarde in beleggingseenheden en:
- a.
de wederpartij van de verzekeraar zich heeft verbonden tot het betalen van premie in termijnen;
- b.
de wederpartij op het tijdstip van faillietverklaring de laatste premie nog niet heeft voldaan; en
- c.
de curator met toepassing van artikel 213ka van de Faillissementswet heeft verklaard dat de overeenkomst niet wordt nagekomen.
2.
Premies die zijn voldaan tot aan het tijdstip met ingang waarvan de overeenkomst niet meer wordt nagekomen, worden verminderd met vergoedingen voor kosten en risicodekkingen in de verzekering niet zijnde de kernverplichting in de verzekering.
3.
Vervolgens wordt de som genomen van de premiebedragen uit het tweede lid en het voor de begunstigde gerealiseerde rendement op de verzekering tot het tijdstip met ingang waarvan die overeenkomst niet meer wordt nagekomen.
4.
Vervolgens worden de bedragen berekend waartoe het ingevolge het derde lid vastgestelde bedrag op grond van de verzekering zou zijn vermeerderd conform de actuele rentetermijnstructuur, eventueel het in de verzekering toegezegde rendement, en de actuele verzekeringstechnische grondslagen op de tijdstippen waarop de verzekeraar op grond van de overlevingstafel tot uitkering had moeten overgaan.
5.
Indien op grond van de verzekering de verzekerde bedragen worden verhoogd op basis van een extern vastgestelde rendementsparameter, wordt de rendementsparameter vanaf het tijdstip met ingang waarvan de overeenkomst niet meer wordt nagekomen, geschat met toepassing van de op dat moment geldende opslag van de rendementsparameter op de risicovrije rentetermijnstructuur.
6.
De hoogte van de vordering is de contante waarde van de in het vierde of, indien van toepassing, het vijfde lid, bedoelde bedragen op het tijdstip met ingang waarvan de overeenkomst niet meer wordt nagekomen. Discontering geschiedt met toepassing van de risicovrije rentetermijnstructuur.