Einde inhoudsopgave
Overleveringswet
Artikel 58 [Tijdelijke terbeschikkingstelling]
Geldend
Geldend vanaf 01-07-2025
- Bronpublicatie:
23-04-2025, Stb. 2025, 124 (uitgifte: 14-05-2025, kamerstukken: 36638)
- Inwerkingtreding
01-07-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
28-05-2025, Stb. 2025, 155 (uitgifte: 12-06-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Internationaal strafrecht / Uitlevering en overlevering
1.
In de gevallen bedoeld in artikel 57, onder b, bepaalt de rechter-commissaris die het Europees aanhoudingsbevel heeft uitgevaardigd in overleg met de uitvoerende justitiële autoriteit de duur van de terbeschikkingstelling en de voorwaarden waaronder de terbeschikkingstelling plaatsvindt.
2.
Gedurende zijn verblijf hier te lande wordt de tijdelijk ter beschikking gestelde persoon op bevel van de officier van justitie in verzekering gesteld. De artikelen 61 en 64, eerste lid, zijn, voor zoveel nodig, van overeenkomstige toepassing.
3.
Bij de feitelijke overlevering is de bewaking van de ter beschikking gestelde persoon opgedragen aan Nederlandse ambtenaren die bevoegd zijn alle dienstige maatregelen te nemen ter beveiliging van de ter beschikking gestelde persoon en ter voorkoming van zijn ontvluchting.