Einde inhoudsopgave
Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Hoofdstuk 15 Voortgezet verblijf
Geldend
Geldend vanaf 01-10-2019
- Bronpublicatie:
11-09-2019, Stcrt. 2019, 51583 (uitgifte: 30-09-2019, regelingnummer: WBCTU 2019/01)
- Inwerkingtreding
01-10-2019
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
11-09-2019, Stcrt. 2019, 51583 (uitgifte: 30-09-2019, regelingnummer: WBCTU 2019/01)
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Grensbewaking
Vreemdelingenrecht / Verblijf
1. Inleiding
Een verblijfsvergunning in het kader van voortgezet verblijf wordt alleen op aanvraag verleend. In de regel kan een verblijfsvergunning met als doel voortgezet verblijf pas na vijf jaar rechtmatig verblijf worden aangevraagd. In die vijf voorafgaande jaren moet de vreemdeling verblijf hebben gehad in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming.
Naast de voorwaarden zoals beschreven in de artikelen 5.22, 5.23 en 5.24 BTU-BES gelden ook de algemene voorwaarden zoals beschreven in artikel 9 WTU-BES.
2. Voortgezet verblijf na verblijf als minderjarige in het kader van gezinshereniging
De vreemdeling die als minderjarige in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging komt na vijf jaar verblijf in aanmerking voor een zelfstandige verblijfsvergunning. Ook de minderjarige die als pleeg- of adoptiekind verblijf heeft gehad, kan onder deze voorwaarden in aanmerking komen voor voortgezet verblijf.
2.1. Verblijfsvoorwaarden
Op grond van artikel 5.22 BTU-BES wordt de vergunning voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met voortgezet verblijf verleend aan de vreemdeling die:
- a.
als minderjarige houder is geweest van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder een beperking verbandhoudend met gezinshereniging bij een Nederlander of een vreemdeling met een niet-tijdelijk verblijfsrecht als bedoeld in artikel 5.3 BTU-BES; en
- b.
langer dan vijf jaren houder is geweest van de in onderdeel a bedoelde verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, dan wel in de openbare lichamen is geboren uit ouders met niet-tijdelijk verblijfsrecht als bedoeld in artikel 5.3 BTU-BES.
Ad a:
Wanneer de minderjarige gedurende de periode van vijf jaar meerderjarig wordt, komt hij ook in aanmerking voor voortgezet verblijf. Deze regel geldt ook wanneer het kind gedurende het grootste gedeelte van de vijf jaar meerderjarig is geweest.
Voorbeeld:
Een kind krijgt op 17 jarige leeftijd verblijf bij ouders. Wanneer dit kind 22 jaar oud is komt hij in aanmerking voor voortgezet verblijf. Deze vreemdeling is gedurende bijna de gehele verblijfsperiode van vijf jaar meerderjarig geweest.
Daarnaast gelden de algemene voorwaarden voor verblijf:
- 1.
geldig document voor grensoverschrijding (zie artikel 5.31 BTU-BES);
- 2.
zelfstandig en duurzaam beschikken over voldoende middelen van bestaan (zie artikel 9, eerste lid, onder b en c, WTU-BES en de artikelen 5.32 tot en met 5.34 BTU-BES);
- 3.
geen gevaar voor de openbare orde en de nationale veiligheid (zie artikel 9, eerste lid, onder b, WTU-BES);
Ad 2:
Wanneer de vreemdeling op het moment van de aanvraag van de verblijfsvergunning nog minderjarig is, geldt het vereiste zelfstandig en duurzaam te beschikken over voldoende middelen van bestaan niet.
Wanneer niet aan de voorwaarden voor verblijf wordt voldaan, betekent dit niet zonder meer dat de vergunning wordt geweigerd. Individuele omstandigheden kunnen altijd een rol spelen. (zie verder paragraaf 5.).
2.2. Vereiste bescheiden
- a.
ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;
- b.
kopie geldig document voor grensoverschrijding;
- –
indien van toepassing: voorzien van een geldige mvv, die is afgegeven voor het gevraagde verblijfsdoel;
- c.
uittreksel uit de basisadministratie persoonsgegevens waaruit blijkt vanaf wanneer de vreemdeling staat ingeschreven in de openbare lichamen;
- d.
bijlage inkomensverklaring;
- e.
indien van toepassing: bewijs van rechtmatig verblijf van de hoofdpersoon;
- f.
gelegaliseerde/geapostilleerde verklaring van goed gedrag, afgegeven door een bevoegde autoriteit in het land van herkomst (niet ouder dan drie maanden op het moment van indiening van de aanvraag).
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
2.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift
2.3.1. Beperking
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking: ‘voortgezet verblijf’.
2.3.2. Arbeidsmarktaantekening
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’.
2.3.3. Voorschriften
Aan de verlening van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden dat de vreemdeling voldoet aan de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES).
2.4. Geldigheidsduur
De verblijfsvergunning is geldig voor de duur van vijf jaar (art. 6 lid 2 WTU-BES en art. 5.28 BTU-BES).
3. Voortgezet verblijf voor de overige gezinsleden
3.1. Verblijfsvoorwaarden
Het gaat hier om vreemdelingen die als echtgenoot, (geregistreerd) partner, meerderjarig kind, als ouder of ander gezinslid in het kader van gezinsvorming of (verruimde) gezinshereniging verblijf in de openbare lichamen hebben gehad.
- a.
Geldig document voor grensoverschrijding (zie artikel 5.31 BTU-BES);
- b.
Zelfstandig en duurzaam beschikken over voldoende middelen van bestaan (zie artikel 9, eerste lid, onder b en c, WTU-BES en de artikelen 5.32 tot en met 5.34 BTU-BES);
- c.
Geen gevaar voor de openbare orde en de nationale veiligheid (zie artikel 9, eerste lid, onder b, WTU- BES);
- d.
De vreemdeling moet zelf verblijf hebben gehad bij een houder van een verblijfsvergunning van niet-tijdelijke aard.
- e.
De vreemdeling dient gedurende de gehele eerder verblijfsperiode aan alle voorwaarden voor verblijf te hebben voldaan.
Ad b.
Als het gaat om een meerderjarig kind dat nog feitelijk bij zijn ouders woont, studeert en financieel afhankelijk is van zijn ouders, dan mag het inkomen van de ouders meegenomen worden bij de middeleneis.
Ad d.
De (huwelijks)partner van een vreemdeling die zelf toegelaten is als student komt niet in aanmerking voor voortgezet verblijf. Dit zou immers betekenen dat de afhankelijke vreemdeling sneller in een betere verblijfsrechtelijke positie terecht zou komen dan de verblijfgever.
Een meerderjarige kind dat als minderjarige minimaal vijf jaar verblijf heeft gehad in de openbare lichamen in het kader van gezinsvorming of gezinshereniging kan eveneens voortgezet verblijf (dus een sterker verblijfrecht) verkrijgen als de ouders zelf dit (nog) niet hebben.
Voorbeeld:
Moeder van kind heeft minimaal vijf jaar een verblijfsvergunning met als doel ‘arbeid in loondienst. Vader van het kind heeft minimaal vijf jaar een verblijfsvergunning met als doel ‘gezinsvorming of gezinshereniging’ bij zijn vrouw. Het inmiddels meerderjarige kind heeft als minderjarige minimaal vijf jaar een verblijfsvergunning met als doel ‘gezinsvorming of gezinshereniging’ bij zijn ouders gehad. Dit kind kan – als aan alle voorwaarden zijn voldaan – een verblijfsvergunning met als doel ‘voortgezet verblijf’ verkrijgen, ook al hebben ouders dit sterker verblijfsrecht (nog) niet. In een dergelijk geval heeft het kind een sterker verblijfsrecht dan zijn ouders. Dit is gerechtvaardigd omdat het kind sneller integreert in de samenleving dan de ouders en komt derhalve in aanmerking voor een sterkere verblijfsvergunning dan de ouders.
Ad e.
Dat de relatie op het moment van aanvragen van de vergunning voor voortgezet verblijf is verbroken, is niet van belang. Wel is van belang dat gedurende de voorafgaande periode van vijf jaar aan alle voorwaarden voor verblijf is voldaan en dat nog steeds aan de voorwaarden van artikel 9 WTU-BES wordt voldaan. Wanneer de relatie binnen een periode van vijf jaar is verbroken bestaat er in beginsel, geen recht op voortgezet verblijf.
Voorbeeld 1:
Een echtpaar is gedurende zes jaar gehuwd geweest. Gedurende de afgelopen vijf jaar heeft de vrouw verblijf bij haar echtgenoot gehad. Gedurende deze periode is aan alle voorwaarden voor verblijf voldaan. De echtgenote verzoekt om voortgezet verblijf, omdat zij inmiddels gescheiden is van haar echtgenoot. Zij kan, mits zij aan de voorwaarden voor verblijf voldoet, in het bezit gesteld worden van de verblijfsvergunning.
Voorbeeld 2:
Een man en vrouw hebben al gedurende acht jaar een relatie. De man heeft gedurende de afgelopen vijf jaar verblijf bij haar gehad. De man en vrouw hebben nog steeds een relatie en blijven bij elkaar wonen. Toch wil de man een verblijfsvergunning aanvragen in het kader van voortgezet verblijf. Wanneer aan de voorwaarden voor verblijf wordt voldaan, krijgt de man de gevraagde verblijfsvergunning. Dat hij nog steeds een relatie met zijn vriendin heeft is geen reden de man te verplichten de afhankelijke verblijfsvergunning – afhankelijk van de relatie met zijn vriendin – te houden.
Uitzondering op deze regel zijn:
- •
vreemdelingen van wie de verblijfsgever binnen de periode van 5 jaar is overleden (zie paragraaf 4).
- •
vreemdelingen van wie de relatie binnen 5 jaar is verbroken vanwege geweld (zie paragraaf 5).
- •
gezinsleden van een verblijfgever die verblijf heeft verband houdend met bescherming. Deze gezinsleden komen niet in aanmerking voor voortgezet verblijf zolang de verblijfgever zelf niet over een zelfstandige verblijfsvergunning beschikt. Op deze manier komen de van de verblijfgever afhankelijke gezinsleden niet (eerder) in een betere verblijfsrechtelijke positie dan de vreemdeling voor wie zij voor hun verblijf afhankelijk zijn.
Wanneer vastgesteld wordt dat een vreemdeling niet aan de voorwaarden voor voortgezet verblijf voldoet en niet tot inwilliging van de aanvraag kan worden overgegaan, wordt altijd rekening gehouden met de werking van artikel 8 EVRM. In sommige gevallen kan er toch reden bestaan om de vreemdeling voortzetting van het verblijf toe te staan, zonder verblijf onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ te verlenen. Het verblijf dat dan verleend wordt, is verblijf in het kader van artikel 8 EVRM.
Bij de beoordeling of artikel 8 EVRM aanleiding vormt om toch voortzetting van het verblijf toe te staan moet gedacht worden aan de volgende omstandigheden:
- a.
na verbreking van de (huwelijks) relatie blijft er familie- of gezinsleven bestaan tussen ouder en kind ook al is er geen sprake meer van feitelijke samenwoning:
- b.
de ouder draagt aantoonbaar en wezenlijk bij aan de opvoeding en verzorging van het kind. Het gaat hier om meer dan regelmatig geld over maken, er moet sprake zijn van een grote mate van persoonlijke betrokkenheid bij het kind.
In dergelijke gevallen wordt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning slechts verleend voor de duur van maximaal één jaar. Bij elk verzoek om verlenging dient vastgesteld te worden dat de bijzondere gezinsband nog steeds bestaat.
Voorbeeld 1:
Uit de (huwelijks)relatie is een kind geboren. Het kind is acht jaar oud en gaat naar school. Het kind heeft een dubbele nationaliteit, de Nederlandse en de Venezolaanse. Het kind woont bij zijn moeder, maar de vader brengt en haalt het kind twee dagen in de week naar en van school. Het kind eet dan bij hem. Hij heeft samen met de moeder regelmatig contact met de school over de voortgang van het kind en wanneer er belangrijke beslissingen genomen moeten worden doen de ouders dit samen. De ouders hebben nog regelmatig contact over het kind. De vader draagt ook bij in de kosten van levensonderhoud van het kind. De ouders zijn voor deze regeling niet naar een rechter geweest. Zij hebben de afspraken in goede harmonie gemaakt en houden zich er ook aan.
Voorbeeld 2:
Uit de (huwelijks)relatie is een kind geboren. Het kind is 12 jaar oud en gaat naar school. Het kind heeft een dubbele nationaliteit, de Nederlandse en de Venezolaanse. De vader geeft, af en toe, geld aan de moeder voor het levensonderhoud van het kind. Soms ziet hij het kind wanneer zijn ex-partner zijn familie bezoekt. Hij gaat nooit alleen met zijn kind op stap en is niet betrokken bij de opvoeding van het kind.
In dit geval is er geen noemenswaardige band tussen vader en kind en ook geen reden om daarom woonachtig te blijven op de openbare lichamen.
Er kan ook sprake zijn van objectieve belemmeringen om het gezinsleven buiten de openbare lichamen voort te zetten. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan:
- 1.
een ouder die verblijf heeft in de openbare lichamen verband houdend met bescherming. Van die ouder kan niet verwacht worden dat hij terugkeert naar zijn land van herkomst om zijn kind te bezoeken;
- 2.
een kind dat niet toegelaten wordt tot het land van herkomst van de ouder met wie het geacht wordt te vertrekken.
Ad 1 en 2:
In dat geval is het volgende van belang: hij die stelt toont aan. Niet de IND-unit Caribisch Nederland toont aan dat het niet zo is, de vreemdeling bewijst dat het wel zo is.
Een ouder die verblijf heeft verband houdend met bescherming, maar die niet betrokken is bij het leven van zijn biologische kind, vormt geen objectieve belemmering. Dat de vertrekkende ouder ‘hoopt’ dat deze ouder in de toekomst wel betrokken wil zijn bij het leven van het bewuste kind is onvoldoende reden om op dit moment een objectieve belemmering aan te nemen.
Een vrouw die stelt dat haar kind niet zal worden toegelaten tot het land waar zij naar toe terug moet keren, dient dit aan te tonen door het overleggen van een schriftelijke verklaring van de autoriteiten van dat land. Uit deze verklaring moet blijken dat het kind niet wordt toegelaten tot het land van herkomst van de moeder.
3.2. Vereiste bescheiden
- a.
ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;
- b.
kopie geldig document voor grensoverschrijding;
- –
indien van toepassing: voorzien van een geldige mvv, die is afgegeven voor het gevraagde verblijfsdoel;
- c.
uittreksel uit de basisadministratie persoonsgegevens waaruit blijkt vanaf wanneer de vreemdeling staat ingeschreven in de openbare lichamen;
- d.
bijlage inkomensverklaring;
- e.
bewijs van rechtmatig verblijf van de hoofdpersoon;
- f.
indien van toepassing: bewijs van overlijden van de hoofdpersoon
- g.
gelegaliseerde/geapostilleerde verklaring van goed gedrag, afgegeven door een bevoegde autoriteit in het land van herkomst (niet ouder dan drie maanden op het moment van indiening van de aanvraag).
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
3.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
3.3.1. Beperking
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking: ‘voortgezet verblijf’.
3.3.2. Arbeidsmarktaantekening
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
3.3.3. Voorschrift
Aan de verlening van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden dat de vreemdeling voldoet aan de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES).
3.4. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
De verblijfsvergunning is geldig voor de duur van vijf jaar (art. 6 lid 2 WTU-BES en art. 5.28 BTU-BES).
4. Voortgezet verblijf na overlijden van (huwelijks) partner
4.1. Verblijfsvoorwaarden
Wanneer de (huwelijks) partner binnen vijf jaar komt te overlijden komt de vreemdeling op grond van de voorwaarden van artikel. 5.24, derde lid, BTU-BES in aanmerking voor voortgezet verblijf ook al is nog geen sprake van vijf jaar verblijf. In dat geval wegen de humanitaire omstandigheden zwaar mee. Wel dient de vreemdeling te beschikken over voldoende middelen van bestaan.
Wanneer de vreemdeling is toegelaten in het kader van het ouderenbeleid en de verblijfgever — het kind van de ouder — binnen vijf jaar komt te overlijden komt de vreemdeling niet in aanmerking voor voortgezet verblijf. Bij de boordeling van de aanvraag moet een afweging gemaakt worden op grond van artikel 5.25 BTU-BES. Voortgezet verblijf op grond van bijzondere, individuele humanitaire omstandigheden kan nog steeds gewenst zijn. De vreemdeling moet in dat geval de bijzondere omstandigheden onderbouwen.
4.2. Vereiste bescheiden
- a.
ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;
- b.
kopie geldig document voor grensoverschrijding;
- –
indien van toepassing: voorzien van een geldige mvv, die is afgegeven voor het gevraagde verblijfsdoel;
- c.
uittreksel uit de basisadministratie persoonsgegevens waaruit blijkt vanaf wanneer de vreemdeling staat ingeschreven in de openbare lichamen;
- d.
bijlage inkomensverklaring;
- e.
bewijs van rechtmatig verblijf van de hoofdpersoon;
- f.
bewijs van overlijden van de hoofdpersoon;
- g.
gelegaliseerde/geapostilleerde verklaring van goed gedrag, afgegeven door een bevoegde autoriteit in het land van herkomst (niet ouder dan drie maanden op het moment van indiening van de aanvraag).
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
4.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
4.3.1. Beperking
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking: ‘voortgezet verblijf’.
4.3.2. Arbeidsmarktaantekening
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
4.3.3. Voorschrift
Aan de verlening van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden dat de vreemdeling voldoet aan de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES).
4.4. Geldigheidsduur
De verblijfsvergunning is geldig voor de duur van vijf jaar (art. 6 lid 2 WTU-BES en art. 5.28 BTU-BES).
5. Voortgezet verblijf wanneer sprake is van bijzondere omstandigheden
5.1. Verblijfsvoorwaarden
Artikel 5.24 BTU-BES regelt de mogelijkheid dat ook wanneer niet voldaan wordt aan de voorwaarden voor verblijf als genoemd in artikel 5.22 en 5.23 BTU-BES die hierboven in paragraaf 2 en 3 zijn beschreven, toch voortgezet verblijf verleend kan worden vanwege bijzondere omstandigheden.
Hoewel het zowel om groepen als om individuele gevallen kan gaan moet vooral gedacht worden aan:
- a.
een vreemdeling die zeer nauwe, afhankelijke banden heeft met de in de openbare lichamen wonende personen;
- b.
wanneer terugkeer naar het land van herkomst redelijkerwijs niet kan worden gevergd gezien de leeftijd van de vreemdeling of de levensomstandigheden waar de vreemdeling in terecht zal komen;
- c.
een vreemdeling die de zorg heeft voor minderjarige kinderen. In bijzondere gevallen kan het in het belang zijn van het (in de openbare lichamen geboren) minderjarige kind, met een zelfstandig verblijfsrecht of de Nederlandse nationaliteit, om niet met een ouder terug te keren naar het land van herkomst van die ouder. Dit kan zijn vanwege de leeftijd van het kind, de mate van integratie in de openbare lichamen, zoals het volgen van een opleiding. Ook kan het om medische redenen van belang zijn dat het kind niet vertrekt en de aanwezigheid van de ouder wel noodzakelijk is;
- d.
een vreemdeling die slachtoffer is geworden van huiselijk geweld;
- e.
slachtoffers of getuige-aangevers van mensenhandel, aan wie, voor de duur en in het belang van het strafproces tijdelijk verblijf in de openbare lichamen was toegestaan en van wie het voortgezette verblijf op gronden van klemmende redenen van humanitaire aarde dient te worden voortgezet om onaanvaardbare gevolgen bij terugzending te voorkomen;
De vreemdeling moet de bijzondere individuele omstandigheden zelf onderbouwen met een schriftelijke verklaring en aanvullende stukken. Het belang van de vreemdeling kan alleen in bijzondere omstandigheden zwaarder wegen dan het algemeen belang van de overheid.
Ad d: huiselijk geweld
De IND unit Caribisch Nederland verleent de verblijfsvergunning als sprake is van aantoonbaar ondervonden (seksueel) geweld binnen de familie dat heeft geleid tot de feitelijke verbreking van de (huwelijks)relatie.
Bij een minderjarige is in verband met de leeftijd van de vreemdeling niet noodzakelijk dat de gezinsband is verbroken.
Huiselijk geweld, waaronder seksueel geweld, wordt aangetoond door:
- •
gegevens van de politie (bijvoorbeeld een aangifte of een serieuze melding bij de politie); en
- •
een verklaring van een (vertrouwens)arts of een andere hulpverlener (bijvoorbeeld van een opvanghuis); of
- •
andere gegevens, voorzover[lees: voor zover] het gaat objectieve gegevens uit betrouwbare bron.
Ad e: voortgezet verblijf na toelating in het kader van mensenhandel
De IND unit Caribisch Nederland kan aan een slachtoffer of getuige-aangever van mensenhandel aan wie voor de duur en in het belang van het strafproces tijdelijk verblijf in Nederland was toegestaan een verblijfsvergunning verlenen op grond van artikel 5.24 BTU-BES.
Er zijn verschillende situaties mogelijk die kunnen leiden tot het verlenen van een verblijfsvergunning voortgezet verblijf aan slachtoffers of getuige-aangevers van mensenhandel.
- 1.
Er is sprake van een veroordeling;
- 2.
Er is geen veroordeling, maar het slachtoffer heeft drie jaar meegewerkt;
- 3.
De strafzaak loopt nog en het slachtoffer heeft drie jaar meegewerkt;
- 4.
Wegens bijzondere individuele omstandigheden van de vreemdeling niet gevergd kan worden dat hij de openbare lichamen verlaat.
De vreemdeling die onder één van de hierboven genoemde twee categorieën valt, is de eerst aangewezene om dit aan te tonen middels het overleggen van een afschrift van de rechterlijke uitspraak in de strafzaak.
Ad 1:
De IND unit Caribisch Nederland kan de verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf verlenen als:
- •
er geen algemene weigeringsgrond aanwezig is;
- •
het slachtoffer aangifte heeft gedaan ten behoeve van, of op andere wijze medewerking heeft verleend aan de opsporing en vervolging van mensenhandel; en
- •
de strafzaak uiteindelijk heeft geleid tot een veroordeling, of
- •
de strafzaak uiteindelijk niet heeft geleid tot een veroordeling, maar het slachtoffer op het moment van de rechterlijke uitspraak al drie jaar of langer op basis van een verblijfsvergunning verband houdend met de vervolging van mensenhandel in de openbare lichamen verblijft.
Een veroordeling op grond van één van de andere in de strafzaak ten laste gelegde misdrijven is ook voldoende, als mensenhandel een onderdeel vormt van de tenlastelegging.
Als de aangifte of het op andere wijze verlenen van medewerking aan een strafzaak door het slachtoffer, terzake[lees: ter zake] mensenhandel tot een veroordeling van de verdachte heeft geleid, wordt aangenomen dat terugkeer voor het slachtoffer risico's met zich brengt.
Ad 2:
Om het recht op voortgezet verblijf niet geheel afhankelijk te maken van het verloop van de strafzaak zal, als de strafzaak niet tot een veroordeling leidt, doch de uitspraak anders luidt, en er wel tenminste drie jaar is verstreken tussen de verlening van de verblijfsvergunning verband houdend met de vervolging van mensenhandel en het in kracht van gewijsde gaan van de rechterlijke uitspraak, de verblijfsduur van het slachtoffer als belangrijkste humanitaire factor wegen. Hierbij is dan ook van belang dat de rechterlijke uitspraak in de strafzaak onherroepelijk is geworden.
Bij deze grond tot inwilliging is doorslaggevend dat het slachtoffer drie jaar of langer heeft bijgedragen aan de opsporing of de vervolging én er een rechterlijke uitspraak is gedaan. In het geval de zaak eerder geseponeerd is geweest en de daadwerkelijke vervolging eerst na een beklag ter hand is genomen, telt de termijn van de beklagprocedure mee voor de berekening van de driejaren termijn.
Ad 3:
De IND unit Caribisch Nederland kan de verblijfsvergunning voortgezet verblijf ook verlenen als:
- •
er geen algemene weigeringsgrond aanwezig is;
- •
er nog een strafzaak loopt;
- •
het slachtoffer drie jaar op basis van een verblijfsvergunning verband houdend met de vervolging van mensenhandel in Nederland verblijft.
Ad 4.
Aanvragen om voortgezet verblijf na afloop van de verblijfsvergunning verband houdend met de vervolging van mensenhandel van vreemdelingen die niet onder één van de hierboven genoemde categorieën vallen kunnen alleen voor voortgezet verblijf in aanmerking komen als naar het oordeel van Onze Minister wegens bijzondere individuele omstandigheden van de vreemdeling niet gevergd kan worden dat hij de openbare lichamen verlaat.
Bij de beoordeling van een dergelijke aanvraag betrekt de IND unit Caribisch Nederland in elk geval de volgende factoren:
- •
risico van represailles jegens de vreemdeling en haar of zijn familie en de mate van bescherming daartegen die de autoriteiten in het land van herkomst bereid en in staat zijn te bieden;
- •
risico van vervolging in het land van herkomst, bijvoorbeeld op grond van prostitutie;
- •
de mogelijkheden van sociale en maatschappelijke herintegratie in het land van herkomst.
De vreemdeling geeft aan welke klemmende redenen van humanitaire aard naar zijn mening tot voortgezet verblijf dienen te leiden en onderbouwt het beroep met terzake[lees: ter zake] relevante gegevens en documenten.
Bij de beoordeling van de mogelijkheden van sociale en maatschappelijke herintegratie wordt rekening gehouden met specifieke culturele achtergrond en het eventuele prostitutieverleden van betrokkene, duurzame ontwrichting van familierelaties, de eventuele maatschappelijke opvattingen over prostitutie en het overheidsbeleid terzake[lees: ter zake].
Als een getuige-aangever aangifte heeft gedaan en de aangifte uiteindelijk heeft geleid tot een veroordeling van de verdachte(n), moet bij de beoordeling van het risico van represailles per geval bezien worden of zwaar gewicht dient te worden toegekend aan deze veroordeling. Als de veroordeling de conclusie rechtvaardigt dat in geval van de getuige-aangever bij terugkeer naar het land van herkomst gevaar voor represailles aanwezig is, kan hieraan doorslaggevende betekenis worden toegekend bij de belangenafweging op grond van artikel 5.24 BTU-BES.
Ten aanzien van getuige-aangevers geldt evenals ten aanzien van slachtoffers van mensenhandel dat onder de veroordeling ook de veroordeling wordt verstaan op grond van één van de andere in de strafzaak ten laste gelegde misdrijven, mits mensenhandel een onderdeel vormt van de tenlastelegging.
De hiervoor genoemde factoren zijn niet de enige factoren die van belang zijn voor de beoordeling of aan het slachtoffer of de getuige-aangever, op grond van klemmende redenen van humanitaire aard verblijf dient te worden toegestaan. Buiten de reeds genoemde factoren kan bijvoorbeeld gedacht worden aan psychische problemen waarvoor de vreemdeling in Nederland in behandeling is, de zorg die de vreemdeling heeft voor kinderen die in Nederland zijn geboren of een opleiding volgen, de positie van alleenstaande vrouwen in het land van herkomst. Hierbij is nog van belang dat, indien psychische of andere medische omstandigheden worden aangevoerd, dit slechts als onderdeel van de te wegen factoren kan worden meegenomen. Indien enkel een beroep wordt gedaan op medische omstandigheden dan ligt beoordeling in het kader van het beleid medische behandeling meer in de rede.
Het is nadrukkelijk de eigen verantwoordelijkheid van de vreemdeling om bij het indienen van de aanvraag om voortgezet verblijf aan te geven welke factoren van belang zijn, en die met terzake[lees: ter zake] relevante gegevens en bescheiden te onderbouwen. Hij is daartoe de meest gerede partij. Als het beroep op klemmende redenen van humanitaire aard niet, of niet afdoende met terzake[lees: ter zake] relevante gegevens en bescheiden is onderbouwd bij het indienen van de aanvraag om voortgezet verblijf, stelt de IND unit Caribisch Nederland de vreemdeling in de gelegenheid dit gebrek te herstellen. In beginsel wordt de vreemdeling hiertoe een termijn van twee weken gegund. Bij de beoordeling van het beroep op klemmende redenen van humanitaire aard, wordt altijd een belangenafweging gemaakt, waarbij de belangen van de vreemdeling worden afgewogen tegen die van de Staat.
5.2. Vereiste bescheiden
- a.
ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;
- b.
kopie geldig document voor grensoverschrijding;
- –
indien van toepassing: voorzien van een geldige mvv, die is afgegeven voor het gevraagde verblijfsdoel;
- c.
uittreksel uit de basisadministratie persoonsgegevens waaruit blijkt vanaf wanneer de vreemdeling staat ingeschreven in de openbare lichamen;
- d.
bijlage inkomensverklaring;
- e.
indien van toepassing: bewijs van rechtmatig verblijf van de hoofdpersoon;
- f.
verklaring waaruit blijkt wat de bijzondere omstandigheden zijn. Deze verklaring mag ook door een gemachtigde of hulpverlener namens betrokkene worden opgemaakt;
- g.
aktes die de bijzondere omstandigheden ondersteunen. Wanneer deze aktes uit het buitenland komen dienen de aktes te zijn gelegaliseerd door de instanties in het land dat de akte heeft afgegeven en door de Nederlandse vertegenwoordiging in het land dat de akte heeft afgegeven. Aktes moeten zijn opgemaakt in het Nederlands, Papiaments of Engels. Wanneer dit niet het geval is moet de akte worden vertaald door een betrouwbare vertaler. Wanneer de vertaling in het land van afgifte van de akte wordt gemaakt moet ook de vertaling worden gelegaliseerd/geapostilleerd.
- h.
huiselijk geweld, zoals bedoeld in 5.1 onder d wordt aangetoond door:
- –
gegevens van de politie (bijvoorbeeld een aangifte of een serieuze melding bij de politie); en
- –
een verklaring van een (vertrouwens)arts of een andere hulpverlener (bijvoorbeeld van een opvanghuis); of
- –
andere gegevens, voorzover het gaat objectieve gegevens uit betrouwbare bron.
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels of Papiaments of zijn vertaald door een betrouwbare vertaler.
5.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift
5.3.1. Beperking
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking: ‘voortgezet verblijf’.
5.3.2. Arbeidsmarktaantekening
Op de verblijfsvergunning staat de aantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
5.3.3. Voorschrift
Aan de verlening van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden dat de vreemdeling voldoet aan de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting (zie artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder c, BTU-BES).
5.4. Geldigheidsduur
De verblijfsvergunning is geldig voor de duur van vijf jaar (art. 6 lid 2 WTU-BES en art. 5.28 BTU-BES).