Einde inhoudsopgave
Wet op het financieel toezicht
Artikel 3A:63a Rapporteren en publiceren informatie
Geldend
Geldend vanaf 25-03-2026
- Bronpublicatie:
11-03-2026, Stb. 2026, 60 (uitgifte: 24-03-2026, kamerstukken: 36822)
- Inwerkingtreding
25-03-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
16-03-2026, Stb. 2026, 61 (uitgifte: 24-03-2026, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
1.
De in artikel 7, tweede en derde lid, van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme bedoelde entiteiten:
- a.
rapporteren de informatie bedoeld artikel 45 decies, eerste en tweede lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen overeenkomstig de in het vijfde lid van dat artikel vermelde wijze aan de Nederlandsche Bank; en
- b.
maken de informatie, bedoeld in artikel 45 decies, derde lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen, ten minste jaarlijks openbaar overeenkomstig de in het zesde lid van dat artikel vermelde wijze en nemen daarbij het zevende lid van dat artikel in acht.
2.
De Nederlandsche Bank kan verzoeken om frequentere rapportage van de informatie bedoeld in het eerste lid, onder a.
3.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op een liquidatie-entiteit als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel 83 bis bis, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen, tenzij de Nederlandsche Bank voor die entiteit het minimumvereisten voor het eigen vermogen en de in aanmerking komende passiva heeft vastgesteld overeenkomstig artikel 45 quater, tweede lid bis, tweede alinea, van die richtlijn. De Nederlandsche Bank bepaalt in dat geval de inhoud en frequentie van de rapportage- en openbaarmakingsverplichting als bedoeld in het eerste en tweede lid en deelt die mede aan de entiteit.