Einde inhoudsopgave
Landsbesluit voorkoming van dubbele belasting [Curaçao]
Artikel 6
Geldend
Geldend vanaf 19-10-2022
- Bronpublicatie:
17-10-2022, Publicatieblad van Curaçao 2022, 113 (uitgifte: 18-10-2022, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
19-10-2022
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
17-10-2022, Publicatieblad van Curaçao 2022, 113 (uitgifte: 18-10-2022, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Belastingen overzeese Koninkrijksdelen / Curaçao
Belastingen overzeese Koninkrijksdelen / Internationaal
1.
Een binnenlands belastingplichtige is vrijgesteld van de inkomstenbelasting die betrekking heeft op buitenlands inkomen.
2.
Voor de toepassing van dit landsbesluit bestaat het buitenlands inkomen uit het gezamenlijke bedrag van hetgeen de belastingplichtige als inkomensbestanddeel uit een andere mogendheid geniet als:
- a.
zuivere opbrengst van buitenlandse onderneming, zijnde een onderneming die, of het gedeelte van een onderneming dat, wordt gedreven met behulp van een vaste inrichting binnen het gebied van de andere mogendheid waarbij de binnen het gebied van een andere mogendheid gelegen of gevestigde onroerende zaken die behoren tot het vermogen van een onderneming, geacht worden deel uit te maken van het vermogen van die buitenlandse onderneming;
- b.
zuivere opbrengsten, geen opbrengst zijnde als bedoeld in onderdeel a:
- 1°
uit arbeid ter zake van het binnen het gebied van een andere mogendheid in privaatrechtelijke dienstbetrekking verrichten of hebben verricht van arbeid;
- 2°
uit arbeid ter zake van in publiekrechtelijke dienstbetrekking tot een binnen het gebied van de andere mogendheid gevestigde publiekrechtelijke rechtspersoon verrichten of hebben verricht van arbeid, waarbij het loon ten laste komt van die rechtspersoon of van een door zulk een rechtspersoon in het leven geroepen fonds;
- 3°
uit het uitoefenen of hebben uitgeoefend van een functie als bestuurder of commissaris van een lichaam dat inwoner is van een andere mogendheid;
- 4°
uit arbeid ter zake van het buiten de territoriale wateren van Curaçao in dienstbetrekking verrichten of hebben verricht van arbeid aan boord van een zee- of luchtvaartuig dat wordt geëxploiteerd door een onderneming waarvan de werkelijke leiding is gevestigd in een andere mogendheid;
- 5°
niettegenstaande het bepaalde onder 1°, uit het door de belastingplichtige of een ander als artiest of sportbeoefenaar in die hoedanigheid verrichten of hebben verricht van persoonlijke werkzaamheden binnen het gebied van een andere mogendheid;
- 6°
uit onroerende zaken die binnen het gebied van de andere mogendheid zijn gelegen alsmede rechten waaraan deze zijn onderworpen;
- 7°
uit rechten op aandelen in de winst van een onderneming waarvan de leiding binnen het gebied van een andere mogendheid is gevestigd, voor zover zij niet voortkomen uit effectenbezit of uit dienstbetrekking;
- 8°
uit rechten op periodieke uitkeringen en verstrekkingen op grond van een publiekrechtelijke regeling ten laste van een binnen het gebied van de andere mogendheid gevestigde publiekrechtelijke rechtspersoon of van een door zulk een rechtspersoon in het leven geroepen fonds;
voor zover die zuivere opbrengsten zijn onderworpen aan een belasting naar de winst of het inkomen die vanwege een andere mogendheid wordt geheven.
3.
Bij het bepalen van de zuivere opbrengst uit een buitenlandse onderneming worden aan die buitenlandse onderneming de voordelen toegerekend die deze geacht zou worden te behalen, indien zij een zelfstandige en onafhankelijke onderneming zou zijn, die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden en die geheel onafhankelijke transacties zou aangaan met de onderneming waarvan zij een vaste inrichting is, hierbij in aanmerking nemende de door de belastingplichtige door middel van de buitenlandse onderneming en andere delen van de onderneming uitgeoefende functies, gebruikte activa en gelopen risico's.
4.
De in het tweede lid, onderdeel b, onder 1° en 2°, bedoelde opbrengsten worden bij arbeid die korter dan dertig dagen aaneengesloten binnen het gebied van een andere mogendheid is verricht, alleen beschouwd te zijn onderworpen aan een belasting naar het inkomen die vanwege die andere mogendheid wordt geheven, indien blijkt dat ter zake hiervan aan die mogendheid daadwerkelijk belasting is betaald.