Einde inhoudsopgave
Uitvoeringsregeling GLB 2023
Artikel 18 Eco-activiteiten categorie hoofdteelt
Geldend
Geldend vanaf 21-01-2026. Let op: treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 01-01-2026
- Bronpublicatie:
17-01-2026, Stcrt. 2026, 1855 (uitgifte: 20-01-2026, regelingnummer: WJZ/102046152)
- Inwerkingtreding
21-01-2026, terugwerkend tot: 01-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
17-01-2026, Stcrt. 2026, 1855 (uitgifte: 20-01-2026, regelingnummer: WJZ/102046152)
- Vakgebied(en)
Agrarisch recht (V)
Overheidsfinanciën / EU-financiën
De Eco-activiteiten in de categorie hoofdteelt zijn:
- a.
een rustgewas, onder de volgende voorwaarden:
- 1°
de landbouwer teelt uitsluitend een of meerdere gewassen uit de gewassenlijst ‘rustgewassen eco-regeling’ als bedoeld in bijlage 1 als hoofdteelt met een zichtbare bedekking; en
- 2°
op het betreffende perceel is in de voorgaande drie kalenderjaren tenminste één keer een rustgewas als bedoeld in bijlage VIb van de Omgevingsregeling of een rustgewas uit de gewassenlijst ‘rustgewassen eco-regeling’ als bedoeld in bijlage 1 , als hoofdteelt geteeld.
- b.
- c.
een stikstofbindend gewas, onder de volgende voorwaarden:
- 1°
de landbouwer teelt uitsluitend één of meerdere gewassen uit de gewassenlijst ‘stikstofbindende gewassen’ als bedoeld in bijlage 1 als hoofdteelt met een zichtbare bedekking of teelt een gewas uit de gewassenlijst 'stikstofbindende gewassen’ als bedoeld in bijlage 1 in combinatie met graan, waarbij de oppervlakte van het betreffende perceel volledig zichtbaar bedekt is waarvan minimaal 50% met stikstofbindende gewassen; en
- 2°
de landbouwer past deze eco-activiteit niet toe op een perceel dat het voorgaande jaar blijvend grasland was.
- d.
een verlengde teelt, vanaf het tweede jaar, onder de volgende voorwaarden:
- 1°
de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘verlengde teelten’ als bedoeld in bijlage 1 als hoofdteelt met een zichtbare bedekking; en
- 2°
het gewas is in het voorgaande jaar als hoofdteelt geteeld en staat aaneengesloten op het perceel.
- e.
langjarig grasland, onder de volgende voorwaarden:
- 1°
de landbouwer houdt blijvend grasland in stand op het perceel in de periode van 1 januari tot en met 31 december;
- 2°
op het perceel is vanaf 1 januari 2023 uitsluitend lichte grondbewerking toegepast; en
- 3°
uitsluitend pleksgewijze toepassing van gewasbeschermingsmiddelen en biociden is toegestaan, op maximaal 10 procent van de oppervlakte van het betreffende perceel blijvend grasland.
- f.
kruidenrijk grasland, onder de volgende voorwaarden:
- 1°
de landbouwer teelt:
- a.
gras, kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen uit de gewassenlijst ‘stikstofbindend gewas’ als bedoeld in bijlage 1, op het perceel, waarbij van 1 juni tot 1 oktober en voor het jaar 2024 van 15 juli tot 1 oktober de oppervlakte van het betreffende perceel volledig zichtbaar bedekt is waarvan minimaal 25% met kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen en minimaal 25% met gras, tenzij de landbouwer als gevolg van een contract voor agrarisch natuurbeheer op basis van de subsidieregelingen ANLb beheerspakket 3 ‘plasdras voor weidevogels’ uitvoert waardoor hij tijdelijk niet kan voldoen aan de zichtbare bedekking; of
- b.
gras, kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen uit de gewassenlijst ‘stikstofbindend gewas’ als bedoeld in bijlage 1, waarbij van 1 juni tot 1 oktober en voor het jaar 2024 van 15 juli tot 1 oktober minimaal 25 procent uit duidelijk zichtbare kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen en minimaal 25 procent uit gras bestaat, op de grasstroken tussen de fruitbomen of -struiken of de boomkwekerijgewassen, op minimaal 30 procent van de oppervlakte van de grasstroken; en
- 2°
gras, kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen zijn gelijkmatig verdeeld over het perceel.
- g.
een natte teelt, onder de volgende voorwaarden:
- 1°
de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘natte teelten’ als bedoeld in bijlage 1 als hoofdgewas met een zichtbare bedekking;
- 2°
de teelt vindt plaats op areaal dat sinds 2015 minimaal één jaar werd aangemerkt als landbouwareaal; en
- 3°
de landbouwer oogst het gewas ten minste eenmaal per kalenderjaar.
- h.
een vroeg ras rooigewas 1 september, onder de volgende voorwaarden:
- 1°
de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘vroeg ras rooigewas 1 september’ als bedoeld in bijlage 1 als hoofdteelt met een zichtbare bedekking;
- 2°
de landbouwer oogst het aangegeven vroeg ras rooigewas vóór 1 september van het aanvraagjaar; en
- 3°
de landbouwer voert het gewas en de gewasresten af van het perceel of werkt de gewasresten onder vóór 1 september van het aanvraagjaar.
- i.
voedselbos onder de volgende voorwaarden:
- 1°
het gaat om een voedselbos als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onderdeel a, dat sinds 2015 minimaal één jaar werd aangemerkt als landbouwareaal;
- 2°
het toepassen van chemische gewasbeschermingsmiddelen of biociden en bemesting is niet toegestaan;
- 3°
het keren, ploegen, spitten of woelen van de grond is niet toegestaan;
- 4°
het perceel voedselbos heeft een aaneengesloten oppervlak van minimaal 0,5 hectare;
- 5°
per hectare staan er minimaal 15 verschillende soorten voedselproducerende bomen en struiken, van de soorten, bedoeld in de Soortenlijst behorende bij de gewascode voedselbossen van de Stichting Voedselbosbouw; en
- 6°
er is een teeltplan voor het voedselbos dat tenminste bestaat uit te volgende elementen:
- a.
een lijst met aangeplante of aan te planten soorten;
- b.
het ontwerp van het voedselbos; en
- c.
wanneer en wat voor voedsel de eetbare soorten zullen opleveren.
- j.
grasklaver, onder de volgende voorwaarden:
- 1°
van 1 juni tot 1 augustus wordt de oppervlakte van het betreffende perceel volledig zichtbaar bedekt waarvan minimaal 25% met gras en minimaal 25% met klaver; en
- 2°
gras en klaver zijn gelijkmatig verdeeld over het perceel.
- k.
strokenteelt, onder de volgende voorwaarden:
- 1°
het perceel landbouwgrond bestaat uit minimaal vijf stroken;
- 2°
de stroken zijn minimaal drie en maximaal 27 meter breed;
- 3°
de landbouwer teelt een combinatie van minimaal vier gewassen (waarbij twee dezelfde gewassen niet naast elkaar mogen liggen), met uitzondering van blijvend grasland, als hoofdteelt met een zichtbare bedekking, waarvan tenminste twee productieve gewassen en één rustgewas uit de gewassenlijst ‘rustgewassen eco-regeling’ als bedoeld in bijlage 1; en
- 4°
een strook met struiken en bomen waaronder boslandbouw is toegestaan.