Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2024/1157 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1257/2013 en (EU) 2020/1056 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1013/2006
Bijlage X Vereisten voor auditors en criteria voor inrichtingen die uit de unie uitgevoerde afvalstoffen ontvangen op grond van artikel 46
Geldend
Geldend vanaf 20-05-2024
- Bronpublicatie:
11-04-2024, PbEU L 2024, 2024/1157 (uitgifte: 30-04-2024, regelingnummer: 2024/1157)
- Inwerkingtreding
20-05-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
11-04-2024, PbEU L 2024, 2024/1157 (uitgifte: 30-04-2024, regelingnummer: 2024/1157)
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Afval
Deel A. Gedetailleerde vereisten voor derde partijen die audits uitvoeren
1
Een derde partij die overeenkomstig artikel 46 audits uitvoert, wordt geacht onafhankelijk te zijn van de kennisgever of opdrachtgever van de overbrenging, alsook van de aan een audit onderworpen inrichting, wanneer is aangetoond dat:
- a)
zij geen deel uitmaakt of onder zeggenschap staat van die entiteiten;
- b)
zij procedures heeft vastgesteld en toepast die haar onpartijdigheid waarborgen, waaronder:
- i)
het voortdurend beoordelen van risico's met betrekking tot haar onpartijdigheid;
- ii)
het vaststellen, wegnemen en beperken van risico's met betrekking tot haar onpartijdigheid die voortkomen uit financiële, commerciële en andere vormen van druk;
- iii)
het beoordelen van risico's met betrekking tot haar onpartijdigheid die voortkomen uit relaties van haar personeel;
- c)
zij georganiseerd is en beheerd wordt op een manier die haar onafhankelijkheid en onpartijdig waarborgt, onder meer:
- i)
indien de juridische entiteit ook activiteiten verricht die geen verband houden met inspecties, is dat duidelijk herkenbaar;
- ii)
zij beschikt over regels inzake verslaglegging van de uitgevoerde auditactiviteit;
- iii)
haar personeel heeft duidelijk herkenbare verantwoordelijkheden bij het uitvoeren van audits.
2
Een derde partij die overeenkomstig artikel 46 audits uitvoert, wordt geacht in het bezit te zijn van passende kwalificaties op het gebied van audits en afvalverwerking indien zij, rechtstreeks of via onderaanneming, over voldoende gekwalificeerd personeel beschikt dat regelmatig wordt opgeleid en indien het bij de uitvoering van dergelijke audits betrokken personeel over aantoonbare beroepservaring beschikt op de volgende gebieden:
- a)
het uitvoeren van audits van afvalverwerkingsinrichtingen;
- b)
afvalverwerkingsactiviteiten;
- c)
systemen voor milieumanagement en voor beheer van gezondheid en veiligheid op het werk.
3
Om aan te tonen dat aan de in de leden 1 en 2 bedoelde criteria is voldaan, kan een derde partij die audits uitvoert, verwijzen naar zijn certificering op basis van Unie- of internationaal erkende normen die relevant zijn voor het uitvoeren van audits zoals gedefinieerd in artikel 46, bijvoorbeeld ISO-norm 19011:2018 of ISO/IEC-norm 17020:2012.
Deel B. Criteria om aan te tonen dat een inrichting zich houdt aan de eisen van milieuhygiënisch verantwoord beheer van uit de unie uitgevoerde afvalstoffen
1
Bij de in artikel 46, lid 3, bedoelde audit wordt gecontroleerd of de inrichting die de afvalstoffen in het land van bestemming beheert, bij haar feitelijke activiteiten aan de volgende voorwaarden voldoet:
- a)
de inrichting is door haar bevoegde autoriteiten gemachtigd tot het invoeren en behandelen van die afvalstoffen (daarvan moet bewijs geleverd worden door het overleggen van overeenkomstige vergunningen) en voert haar activiteiten uit overeenkomstig de relevante toepasselijke nationale milieuwetgeving;
- b)
de inrichting is op een veilige en milieuverantwoorde manier ontworpen, gebouwd en wordt op een veilige en milieuverantwoorde manier geëxploiteerd, en beschikt met name over de vereiste processen, passende technologie voor afvalbeheer, organisatie en infrastructuur om de betrokken afvalstoffen te behandelen, en over verzekeringen die mogelijke risico's en aansprakelijkheid dekken. Daartoe moet ten minste de informatie over de afvalverwerkingsmethoden worden gecontroleerd, met inbegrip van de wijze waarop restafval wordt verwerkt, met name via traceerbaarheid in de verdere keten;
- c)
de inrichting beschikt over en maakt gebruik van systemen, procedures en technieken voor beheer en monitoring die tot doel hebben de volgende effecten te voorkomen, te verminderen, tot een minimum te beperken, of, voor zover haalbaar, weg te nemen:
- i)
gezondheids- en veiligheidsrisico's voor de betrokken werknemers en voor de bevolking in de omgeving van de inrichting, en
- ii)
nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt door de activiteiten van de inrichting (met name door passende maatregelen om bodem-, water- en luchtvervuiling te monitoren en aan te pakken, evenals andere overlast (stank, geluid));
- d)
de inrichting waarborgt dat alle door de inrichting ontvangen en behandelde afvalstoffen traceerbaar zijn, en dat al het restafval van hun activiteiten gedocumenteerd wordt en enkel naar afvalverwerkingsinrichtingen wordt overgebracht die gemachtigd zijn om dergelijk restafval te verwerken. Daartoe moet ten minste de volgende informatie worden gecontroleerd:
- —
de hoeveelheid afvalstoffen die de inrichting op basis van haar vergunningen mag verwerken,
- —
de hoeveelheid afvalstoffen die de inrichting jaarlijks ontvangt en nuttig toepast,
- —
de hoeveelheid restafval die geproduceerd wordt door de activiteiten van de inrichting, en het bewijs dat dat restafval wordt verwerkt in een erkende afvalverwerkingsinrichting, ook in het geval van uitvoer;
- e)
de inrichting heeft maatregelen genomen om energie te besparen en de uitstoot van broeikasgassen in verband met haar activiteiten te beperken;
- f)
de inrichting houdt registers bij over haar activiteiten op het gebied van afvalbeheer en invoer en uitvoer van afvalstoffen in de afgelopen vijf jaar en kan die registers overleggen; wanneer de inrichting minder dan vijf jaar in bedrijf is geweest, houdt zij registers bij over haar afvalbeheer en afvaloverbrengingen gedurende de periode dat zij in bedrijf is geweest, en kan zij die registers overleggen;
- g)
de inrichting is de afgelopen vijf jaar niet veroordeeld voor het verrichten van illegale activiteiten in verband met de in- en uitvoer of het beheer van afvalstoffen;
- h)
de inrichting heeft interne meldingskanalen en procedures voor interne melding en follow-up ingesteld, die haar werknemers in staat stellen informatie te melden over schendingen van de regels inzake nadelige gevolgen voor het milieu, indien de wetgeving van het land van bestemming dat vereist.
2
Bij het toetsen van de naleving van de bovengenoemde criteria houdt de onafhankelijke derde die de audit uitvoert met name rekening met, als referentiepunt en indien relevant:
- a)
specifieke eisen voor de behandeling van bepaalde afvalstoffen, onder meer zoals bedoeld in deel 1 van bijlage IX, en voor de berekening van de hoeveelheid behandelde afvalstoffen, die verplicht zijn uit hoofde van de Uniewetgeving;
- b)
de BBT-conclusies (‘beste beschikbare technieken’) vastgesteld voor bepaalde activiteiten uit hoofde van het stelsel van Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (1).
3
Daarnaast worden ook de in bijlage IX, deel 2, bedoelde richtsnoeren als referentiepunt in aanmerking genomen.
Voetnoten
PB L 334 van 17.12.2010, blz. 17.