Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2009/138/EG betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II)
Artikel 109 Vereenvoudigingen in de standaardformule
Geldend
Geldend vanaf 28-01-2025
- Bronpublicatie:
27-11-2024, PbEU L 2025, 2025/2 (uitgifte: 08-01-2025, regelingnummer: 2025/2)
- Inwerkingtreding
28-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
27-11-2024, PbEU L 2025, 2025/2 (uitgifte: 08-01-2025, regelingnummer: 2025/2)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Verzekeringsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Bijzondere onderwerpen
1.
Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen mogen voor een specifieke risicomodule of risico-ondermodule een vereenvoudigde berekening toepassen wanneer aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
- a)
de aard, omvang en complexiteit van de risico's rechtvaardigt het gebruik van een vereenvoudigde berekening;
- b)
het zou onevenredig zijn om de verzekerings- of herverzekeringsonderneming te verplichten om de standaardberekening toe te passen;
- c)
in vergelijking met de standaardberekening leidt de fout niet tot een materiële onjuistheid van het solvabiliteitskapitaalvereiste, behalve in gevallen waarin de vereenvoudigde berekening leidt tot een solvabiliteitskapitaalvereiste dat hoger is dan het solvabiliteitskapitaalvereiste dat uit de standaardberekening voortvloeit.
Niettegenstaande de eerste alinea kunnen kleine en niet-complexe ondernemingen gebruikmaken van een vereenvoudigde berekening voor een specifieke risicomodule of risico-ondermodule, indien zij naar tevredenheid van de toezichthoudende autoriteit en ten minste om de vijf jaar kunnen aantonen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- a)
elke individuele risicomodule of risico-ondermodule waarvoor een vereenvoudigde berekening moet worden gebruikt, vertegenwoordigt, wanneer de vereenvoudiging niet wordt toegepast, minder dan 2 % van het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste;
- b)
de som van alle risicomodules of risico-ondermodules waarvoor een vereenvoudigde berekening moet worden gebruikt, vertegenwoordigt, wanneer de vereenvoudiging niet wordt toegepast, minder dan 10 % van het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste.
Voor de toepassing van dit lid worden vereenvoudigde berekeningen gekalibreerd overeenkomstig artikel 101, lid 3.
2.
Onverminderd lid 1 van dit artikel en artikel 102, lid 1, mag een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, wanneer zij het solvabiliteitskapitaalvereiste berekent en een risicomodule of risico-ondermodule niet meer dan 5 % van het in artikel 103, punt a), bedoelde kernsolvabiliteitskapitaalvereiste vertegenwoordigt, gedurende een periode van niet meer dan drie jaar na die berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste gebruikmaken van een vereenvoudigde berekening voor die risicomodule of risico-ondermodule.
3.
Voor de toepassing van lid 2 bedraagt de som van de aandelen, ten opzichte van het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste, van elke risicomodule of risico-ondermodule waarvoor de vereenvoudigde berekeningen op grond van dat lid worden toegepast, niet meer dan 10 %.
Het in de eerste alinea van dit lid bedoelde aandeel van een risicomodule of risico-ondermodule ten opzichte van het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste is dat aandeel zoals berekend op het laatste tijdstip waarop de risicomodule of risico-ondermodule werd berekend zonder een vereenvoudigde berekening op grond van lid 2.