Einde inhoudsopgave
Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling
Artikel 2 Tegemoetkoming voor een onterechte afwijzing van een MSNP-verzoek
Geldend
Geldend vanaf 01-07-2025
- Redactionele toelichting
Herplaatst in Staatsblad 440 van 19-12-2025.
- Bronpublicatie:
11-06-2025, Stb. 2025, 168 (uitgifte: 27-06-2025, kamerstukken: 36675)
- Inwerkingtreding
01-07-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
18-06-2025, Stb. 2025, 169 (uitgifte: 27-06-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Toeslagen (V)
Invordering / Uitstel van betaling, kwijtschelding en verjaring
1.
De ontvanger kent ambtshalve een tegemoetkoming toe aan een belanghebbende namens wie in de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 maart 2021 een MSNP-verzoek is gedaan, dat door de ontvanger is afgewezen vanwege:
- 1°
een registratie in de Fraude Signalering Voorziening van de Belastingdienst;
- 2°
een kwalificatie opzet of grove schuld;
- 3°
een indicatie van fraude; of
- 4°
een belastingschuld of toeslagschuld boven een door de ontvanger gehanteerd normbedrag.
2.
De tegemoetkoming bedraagt € 500 per MSNP-verzoek dat door de ontvanger is afgewezen, met dien verstande dat opeenvolgende MSNP-verzoeken die binnen een periode van 240 dagen na elkaar worden gedaan, als een verzoek worden aangemerkt en die periode steeds aanvangt op de datum waarop de ontvanger het eerst ontvangen MSNP-verzoek onterecht heeft afgewezen.
3.
De tegemoetkoming blijft achterwege indien de afwijzing het gevolg is van een opgelegde vergrijpboete, een strafrechtelijke veroordeling, fraude met betrekking tot toeslagschulden of indien er naast de grond voor afwijzing, bedoeld in het eerste lid, een andere grond voor de afwijzing bestond en de reden voor de afwijzing is opgenomen in de afwijzingsbrief.