Einde inhoudsopgave
Regeling veiling benzinestations langs rijkswegen
Artikel 26 Aangaan van overeenkomst, verlenen van vergunning, onderliggende rechtsrelaties
Geldend
Geldend vanaf 31-07-2005
- Redactionele toelichting
De inwerkingtreding is gecorrigeerd via een rectificatie (Stcrt. 2005, 150).
- Bronpublicatie:
20-07-2005, Stcrt. 2005, 142 (uitgifte: 26-07-2005, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
31-07-2005
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
20-07-2005, Stcrt. 2005, 142 (uitgifte: 26-07-2005, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Overheid en privaatrecht
1.
De directeur Domeinen verleent aan de deelnemer die het hoogste bod op een huurrecht heeft uitgebracht, het huurrecht nadat de verschuldigde bedragen zijn voldaan. Daartoe sluit de directeur Domeinen een huurovereenkomst. Deze huurovereenkomst kan worden vervangen door een erfpachtovereenkomst in geval gebruik wordt gemaakte[lees: wordt gemaakt] van de in artikel 3, zevende lid, van de Wet, bedoelde mogelijkheid.
2.
Onverminderd het hierna in dit artikel bepaalde gaat de huurovereenkomst dan wel erfpachtovereenkomst in op het in het biedboek aangegeven tijdstip.
3.
Onverminderd het hierna in dit artikel bepaalde gaat de huurovereenkomst dan wel erfpachtovereenkomst met betrekking tot een locatie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet, in drie maanden na de dag van de veiling, tenzij de wederpartij van de Staat als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder b, van de Wet, en de deelnemer die het hoogste bod op het huurrecht heeft uitgebracht in onderling overleg een eerdere aanvangsdatum overeenkomen.
4.
Indien binnen drie maanden na de dag van de veiling niet aan het bepaalde in de voorgaande leden van dit artikel is voldaan, kan de directeur Domeinen besluiten dat het huurrecht opnieuw wordt geveild.