Einde inhoudsopgave
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten
Artikel 3
Geldend
Geldend vanaf 17-04-2025. Let op: treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 01-01-2025
- Bronpublicatie:
21-03-2025, Stb. 2025, 99 (uitgifte: 16-04-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
17-04-2025, terugwerkend tot: 01-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
21-03-2025, Stb. 2025, 99 (uitgifte: 16-04-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Decentralisatie
Overheidsfinanciën / Gemeentebeleid
Overheidsfinanciën / Provinciebeleid
1.
De begroting, de meerjarenraming, de jaarstukken en de uitvoeringsinformatie geven volgens normen die voor gemeenten en provincies als aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie. In het bijzonder provinciale staten en de raad moeten in staat zijn zich een zodanig oordeel te vormen.
2.
De begroting, de meerjarenraming en de uitvoeringsinformatie geven duidelijk en stelselmatig inzicht in de financiële positie en de financiële rechtmatigheid.
3.
De jaarstukken en de uitvoeringsinformatie geven getrouw, duidelijk en stelselmatig inzicht in de financiële positie aan het einde van het begrotingsjaar.
4.
De financiële positie omvat de grootte en samenstelling van de baten en lasten over het begrotingsjaar, de activa en passiva aan het einde van het begrotingsjaar en de lasten en balansmutaties gedurende het begrotingsjaar.