Einde inhoudsopgave
Wetboek van Strafrecht
Artikel 152 [Ontzetting rechten en uitoefening beroep bij misdrijf tegen openbare orde]
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2026
- Bronpublicatie:
29-10-2025, Stb. 2025, 333 (uitgifte: 10-11-2025, kamerstukken: 36463)
- Inwerkingtreding
01-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
04-12-2025, Stb. 2025, 414 (uitgifte: 09-12-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Sancties
Staatsrecht / Kiesrecht
Materieel strafrecht / Algemeen
1.
Bij veroordeling wegens een der misdrijven omschreven in de artikelen 138b, vijfde lid, en 140a kan ontzetting van het in artikel 28, eerste lid, onder 3°, vermelde recht worden uitgesproken.
2.
Bij veroordeling wegens het misdrijf omschreven in artikel 140 kan ontzetting van de in artikel 28, eerste lid, onder 1°, 2° en 4°, vermelde rechten worden uitgesproken en kan de schuldige worden ontzet van de uitoefening van het beroep waarin hij het misdrijf heeft gepleegd.