Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2009/138/EG betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II)
Artikel 212 Definities
Geldend
Geldend vanaf 28-01-2025
- Bronpublicatie:
27-11-2024, PbEU L 2025, 2025/2 (uitgifte: 08-01-2025, regelingnummer: 2025/2)
- Inwerkingtreding
28-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
27-11-2024, PbEU L 2025, 2025/2 (uitgifte: 08-01-2025, regelingnummer: 2025/2)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Verzekeringsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Bijzondere onderwerpen
1.
In deze titel wordt verstaan onder:
- a)
‘deelnemende onderneming’: een onderneming die een moederonderneming is of een andere onderneming die een deelneming bezit, of een onderneming die met een andere onderneming verbonden is door een betrekking in de zin van artikel 22, lid 7, van Richtlijn 2013/34/EU;
- b)
‘verbonden onderneming’: een dochteronderneming of iedere andere onderneming waarin een deelneming bestaat, of een onderneming die met een andere onderneming verbonden is door een betrekking in de zin van artikel 22, lid 7, van Richtlijn 2013/34/EU;
- c)
‘groep’: een groep ondernemingen:
- i)
die bestaat uit een deelnemende onderneming, haar dochterondernemingen, de entiteiten waarin de deelnemende onderneming of haar dochterondernemingen een deelneming hebben en ondernemingen die door de deelnemende onderneming of haar dochterondernemingen gezamenlijk worden beheerd met een of meer ondernemingen die geen deel uitmaken van de groep, alsook ondernemingen die met elkaar verbonden zijn door een betrekking in de zin van artikel 22, lid 7, van Richtlijn 2013/34/EU en hun verbonden ondernemingen;
- ii)
die stoelt op de totstandbrenging, middels contract of op een andere wijze, van nauwe en duurzame financiële banden tussen die ondernemingen, met inbegrip van onderlinge waarborgmaatschappijen of onderlinge verzekeringsmaatschappijen, waarbij:
- —
een van die ondernemingen via centrale coördinatie feitelijk een overheersende invloed uitoefent op de besluiten, ook financiële besluiten, van de andere ondernemingen die deel uitmaken van de groep, alsook
- —
voor de vorming en ontbinding van dergelijke banden ter wille van deze titel vooraf toestemming moet worden verleend door de groepstoezichthouder;
de onderneming die de gecentraliseerde coördinatie uitoefent, wordt beschouwd als de moederonderneming en de andere ondernemingen als dochterondernemingen, of
- iii)
die bestaat uit een combinatie van de punten i) en ii);
- d)
‘groepstoezichthouder’: de toezichthoudende autoriteit die verantwoordelijk is voor het groepstoezicht en overeenkomstig artikel 247 is aangewezen;
- e)
‘college van toezichthouders’: een permanente maar flexibele structuur voor samenwerking en coördinatie tussen de toezichthoudende autoriteiten van de betrokken lidstaten en voor de vergemakkelijking van de besluitvorming met betrekking tot groepstoezicht;
- f)
‘verzekeringsholding’: een onderneming die aan alle volgende voorwaarden voldoet:
- i)
de onderneming is een moederonderneming;
- ii)
de onderneming is geen kredietinstelling, verzekeringsonderneming, herverzekeringsonderneming, beleggingsonderneming of instelling voor bedrijfspensioenvoorziening;
- iii)
de onderneming is geen gemengde financiële holding of financiële holding in de zin van artikel 4, lid 1, punt 20, van Verordening (EU) nr. 575/2013;
- iv)
ten minste één van haar dochterondernemingen is een verzekerings- of herverzekeringsonderneming;
- v)
niettegenstaande het door de onderneming zelf opgegeven ondernemingsdoel, heeft zij een van de volgende hoofdactiviteiten:
- 1)
het verwerven en houden van deelnemingen in verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;
- 2)
het verrichten van nevendiensten voor de hoofdactiviteit van een of meer verbonden verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;
- 3)
het verrichten van een of meer van de activiteiten genoemd in de punten 2 tot en met 12 en 15 van bijlage I bij Richtlijn 2013/36/EU, of een of meer van de diensten of activiteiten genoemd in bijlage I, deel B, bij Richtlijn 2014/65/EU met betrekking tot de in bijlage I, deel C, van Richtlijn 2014/65/EU vermelde financiële instrumenten;
- vi)
meer dan 50 % van ten minste één van de volgende indicatoren is op constante basis verbonden met dochterondernemingen die verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, verzekerings- of herverzekeringsondernemingen van derde landen, verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings, verzekeringsholdings en herverzekeringsholdings van derde landen of ondernemingen zijn die nevendiensten verrichten voor de hoofdactiviteit van een of meer verzekerings- of herverzekeringsondernemingen van de groep, evenals door de onderneming zelf verrichte activiteiten die geen verband houden met het verwerven of houden van deelnemingen in dochterondernemingen die verzekerings- of herverzekeringsondernemingen of verzekerings- of herverzekeringsondernemingen van derde landen zijn, indien die activiteiten van dezelfde aard zijn als de activiteiten die door verzekerings- of herverzekeringsondernemingen worden uitgeoefend:
- 1)
het eigen vermogen van de onderneming op basis van haar geconsolideerde positie;
- 2)
de activa van de onderneming op basis van haar geconsolideerde positie;
- 3)
de inkomsten van de onderneming op basis van haar geconsolideerde positie;
- 4)
het personeel van de onderneming op basis van haar geconsolideerde positie;
- 5)
elke andere door de nationale toezichthoudende autoriteit relevant geachte indicator;
- f bis)
‘holding van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen van derde landen’: een moederonderneming die geen verzekeringsholding of gemengde financiële holding in de zin van artikel 2, punt 15, van Richtlijn 2002/87/EG is en waarvan de hoofdactiviteit bestaat in het verwerven en houden van deelnemingen in dochterondernemingen, indien die dochterondernemingen uitsluitend of hoofdzakelijk verzekerings- of herverzekeringsondernemingen van derde landen zijn;
- g)
‘gemengde verzekeringsholding’: een moederonderneming die geen verzekeringsonderneming, verzekeringsonderneming van een derde land, herverzekeringsonderneming, herverzekeringsonderneming van een derde land, verzekeringsholding of gemengde financiële holding is, en die onder haar dochterondernemingen ten minste één verzekerings- of herverzekeringsonderneming telt;
- h)
‘gemengde financiële holding’: een gemengde financiële holding als omschreven in artikel 2, punt 15, van Richtlijn 2002/87/EG.
2.
Voor de toepassing van deze titel beschouwen de toezichthoudende autoriteiten als moederonderneming ook elke onderneming die naar hun mening feitelijk een overheersende invloed op een andere onderneming uitoefent, ook wanneer die invloed via gecentraliseerde coördinatie wordt uitgeoefend op de besluiten van de andere onderneming.
Onder dochteronderneming verstaan zij ook iedere onderneming waarop een moederonderneming naar hun mening feitelijk een overheersende invloed uitoefent.
Onder deelneming verstaan zij ook het rechtstreeks of middellijk bezit van stemrechten of kapitaal van een onderneming waarop naar de mening van de toezichthoudende autoriteiten feitelijk een aanzienlijke invloed wordt uitgeoefend.
3.
Voor de toepassing van deze titel beschouwen de toezichthoudende autoriteiten als een groep in de zin van lid 1, punt c), ook twee of meer ondernemingen die, naar de mening van de toezichthoudende autoriteiten, onder centrale leiding staan.
Wanneer niet alle in de in de eerste alinea van dit lid bedoelde ondernemingen hun hoofdkantoor in dezelfde lidstaat hebben, zorgen de lidstaten ervoor dat alleen de toezichthoudende autoriteit die overeenkomstig artikel 247 als groepstoezichthouder optreedt, na raadpleging van de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten, kan concluderen dat die ondernemingen een groep vormen indien zij van oordeel is dat die ondernemingen onder centrale leiding staan.
4.
Bij het vaststellen van een betrekking tussen ten minste twee in de leden 2 en 3 bedoelde ondernemingen houden de toezichthoudende autoriteiten rekening met elk van de volgende factoren:
- a)
zeggenschap of het vermogen van een natuurlijke persoon of een onderneming om invloed uit te oefenen op besluiten, ook financiële besluiten, van een onderneming, met name als gevolg van het bezit van kapitaal of stemrechten, vertegenwoordiging in het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan, of het behoren tot de personen die feitelijk een onderneming besturen of andere sleutel-, kritieke of belangrijke functies vervullen;
- b)
sterke afhankelijkheid van een onderneming van een andere onderneming, rechtspersoon of natuurlijke persoon, als gevolg van het bestaan van wezenlijke financiële of niet-financiële transacties of verrichtingen, met inbegrip van uitbesteding en het delen van personeel tussen ondernemingen;
- c)
bewijs van coördinatie tussen twee of meer ondernemingen van financiële besluiten of besluiten over beleggingen, met inbegrip van gezamenlijke beleggingen in verbonden ondernemingen;
- d)
bewijs van gecoördineerde en consistente strategieën, verrichtingen of processen tussen twee of meer ondernemingen, onder meer met betrekking tot verzekeringsdistributiekanalen, verzekeringsproducten of -merken, communicatie en marketing.
5.
Wanneer een groep op basis van lid 2 of lid 3 van dit artikel wordt geïdentificeerd, verstrekt de toezichthoudende autoriteit die overeenkomstig artikel 247 als groepstoezichthouder optreedt de onderneming die overeenkomstig artikel 214, lid 5 of lid 6, als moederonderneming is aangewezen en de betrokken toezichthoudende autoriteiten, een gedetailleerde toelichting van de factoren op basis waarvan die identificatie wordt verricht.
Om een consistente toepassing van dit artikel te waarborgen, ontwikkelt de Eiopa ontwerpen van technische reguleringsnormen ter aanvulling of nadere bepaling van de factoren die de toezichthoudende autoriteiten in overweging moeten nemen om een betrekking tussen ten minste twee in de leden 2 en 3 bedoelde ondernemingen vast te stellen. De Eiopa legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 29 januari 2026 voor aan de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om deze richtlijn aan te vullen om de in de tweede alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1094/2010.