Einde inhoudsopgave
Richtlijn (EU) 2017/1132 aangaande bepaalde aspecten van het vennootschapsrecht
Artikel 16 quater Digitale EU-volmacht
Geldend
Geldend vanaf 30-01-2025
- Redactionele toelichting
Wordt toegepast vanaf 31-07-2028.
- Bronpublicatie:
19-12-2024, PbEU L 2025, 2025/25 (uitgifte: 10-01-2025, regelingnummer: 2025/25)
- Inwerkingtreding
30-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
19-12-2024, PbEU L 2025, 2025/25 (uitgifte: 10-01-2025, regelingnummer: 2025/25)
- Vakgebied(en)
EU-recht / Marktintegratie
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
1.
De lidstaten zorgen ervoor dat, om binnen het toepassingsgebied van deze richtlijn procedures in een andere lidstaat, met name oprichting van vennootschappen, registratie of sluiting van bijkantoren, en grensoverschrijdende omzettingen, fusies en splitsingen, te kunnen uitvoeren, in de bijlagen II en IIB vermelde vennootschappen een model voor de digitale EU-volmacht overeenkomstig dit artikel kunnen gebruiken om een persoon te machtigen de vennootschap te vertegenwoordigen.
De digitale EU-volmacht wordt opgesteld, gewijzigd of ingetrokken overeenkomstig de nationale vereisten. Die nationale vereisten voor het opstellen, wijzigen of intrekken van de digitale EU-volmacht omvatten ten minste de verificatie, door rechterlijke, notariële of andere bevoegde autoriteiten, van de identiteit, handelingsbekwaamheid en bevoegdheid om de vennootschap te vertegenwoordigen van de persoon die de volmacht verleent, wijzigt of intrekt.
De lidstaten zorgen ervoor dat de digitale EU-volmacht wordt gewaarmerkt door middel van in Verordening (EU) nr. 910/2014 bedoelde vertrouwensdiensten, en dat verlening, wijziging of intrekking ervan voor het gebruik met de Europese portemonnee voor digitale identiteit zoals bepaald in Verordening (EU) 2024/1183 compatibel is
2.
De digitale EU-volmacht wordt aanvaard als bewijs van de bevoegdheid van de gevolmachtigde om de vennootschap te vertegenwoordigen zoals in het document gespecificeerd.
3.
De lidstaten kunnen eisen dat de digitale EU-volmacht en eventuele wijziging en intrekking daarvan in een register worden opgenomen. In een dergelijk geval mogen de vergoedingen die in rekening worden gebracht voor het verkrijgen van toegang tot de informatie over de digitale EU-volmacht niet hoger zijn dan de daaraan verbonden administratieve kosten, waaronder de kosten voor het ontwikkelen en onderhouden van registers.
4.
De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen als bedoeld in artikel 24, lid 2, punt e), het model voor de digitale EU-volmacht vast, dat ten minste gegevensvelden bevat over de reikwijdte van de vertegenwoordiging, de persoon die gemachtigd is de onderneming te vertegenwoordigen en het type vertegenwoordiging. De Commissie publiceert dat model in alle officiële talen van de Unie op het portaal.