Einde inhoudsopgave
Vrijstellingsregeling Besluit luchtverkeer 2014
Artikel 2.7 Transponder
Geldend
Geldend vanaf 01-07-2025
- Bronpublicatie:
03-06-2025, Stcrt. 2025, 18103 (uitgifte: 18-06-2025, regelingnummer: IENW/BSK-2025/123037)
- Inwerkingtreding
01-07-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
03-06-2025, Stcrt. 2025, 18103 (uitgifte: 18-06-2025, regelingnummer: IENW/BSK-2025/123037)
- Overige regelgevende instantie(s)
Ministerie van Defensie
- Vakgebied(en)
Vervoersrecht / Luchtvervoer
Het uitvoeren van een politievlucht of kustwachtvlucht zonder geactiveerde Mode S SSR-transponder als bedoeld in paragraaf SERA.6005 van verordening (EU) nr. 923/2012 is toegestaan gedurende de periode waarin dit noodzakelijk is voor het doel van de vlucht, indien wordt voldaan aan de volgende voorschriften:
- a.
de noodzaak van het uitvoeren van de vlucht blijkt uit een dienstopdracht;
- b.
de vlucht is vooraf afgestemd met de betrokken luchtverkeersdienst of -diensten, die voorwaarden kan of kunnen stellen ten aanzien van te volgen procedures;
- c.
in het vliegplan is melding gedaan van het voornemen tijdens de vlucht, of een deel daarvan, de SSR-transponder uit te zetten;
- d.
de vlucht wordt uitgevoerd in overeenstemming met de eisen inzake vliegzicht in paragraaf SERA.5001 en paragraaf SERA.5005 van verordening (EU) nr. 923/2012;
- e.
voor het uitvoeren van de vlucht is een tweezijdige radioverbinding tot stand gebracht met de betrokken luchtverkeersdienst en wordt voortdurend op de aangewezen radiofrequentie geluisterd;
- f.
de luchtverkeersdienst kan te allen tijde de gezagvoerder opdragen de SSR-transponder te activeren, indien een veilige uitvoering van de vlucht dat vereist.