Einde inhoudsopgave
Wet College voor de rechten van de mens
Artikel 10 [Onderzoek op schriftelijk verzoek]
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2026
- Bronpublicatie:
08-10-2025, Stb. 2025, 389 (uitgifte: 25-11-2025, kamerstukken: 36551)
- Inwerkingtreding
01-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
08-12-2025, Stb. 2025, 433 (uitgifte: 15-12-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Overige regelgevende instantie(s)
Ministerie van Veiligheid en Justitie
- Vakgebied(en)
Ambtenarenrecht / Arbeidsvoorwaarden
Staatsrecht / Grondrechten
Arbeidsrecht / Bijzondere onderwerpen arbeidsrecht
1.
Het College
- a
- 1°
kan op schriftelijk verzoek onderzoeken of een onderscheid is of wordt gemaakt als bedoeld in de volgende wetten en bepalingen en zijn oordeel daarover kenbaar maken:
artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
artikel 1614aa van Boek 7a van het Burgerlijk Wetboek BES;
- 2°
kan op schriftelijk verzoek onderzoeken of gehandeld is in strijd met artikel 2 van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte en zijn oordeel daarover kenbaar maken.
- b.
kan uit eigen beweging onderzoeken of zodanig onderscheid stelselmatig wordt gemaakt en zijn oordeel daarover kenbaar maken.
2.
Een verzoek als bedoeld in het eerste lid, onder a, kan worden ingediend door:
- a.
degene die meent dat te zijnen nadele een onderscheid is of wordt gemaakt als bedoeld in een of meer van de in het eerste lid genoemde wetten;
- b.
de natuurlijke persoon, de rechtspersoon of het bevoegd gezag, die wensen te weten of zij een onderscheid maken als bedoeld in een of meer van de in het eerste lid genoemde wetten;
- c.
degene die belast is met de beslissing over een geschil met betrekking tot onderscheid als bedoeld in een of meer van de in het eerste lid genoemde wetten;
- d.
een ondernemingsraad, die meent dat in de onderneming waarvoor deze is ingesteld, onderscheidenlijk een met die ondernemingsraad vergelijkbaar medezeggenschapsorgaan, dat meent dat in het organisatorisch samenwerkingsverband waarvoor het is ingesteld, onderscheid wordt gemaakt als bedoeld in een of meer van de in het eerste lid genoemde wetten;
- e.
een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid of stichting, die in overeenstemming met haar statuten de belangen behartigt van diegenen in wier bescherming een of meer van de in het eerste lid genoemde wetten beoogt te voorzien.
3.
In het geval een schriftelijk verzoek als bedoeld in het tweede lid, onderdelen d en e, personen noemt ten nadele van wie zou zijn gehandeld, dan wel indien een onderzoek ingesteld uit eigen beweging, betrekking heeft op zodanige personen, stelt het College deze personen op de hoogte van het voornemen tot onderzoek. Het College is niet bevoegd in het onderzoek en de beoordeling personen als bedoeld in de eerste volzin te betrekken die schriftelijk hebben verklaard daartegen bedenkingen te hebben.