Einde inhoudsopgave
Mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2020
Bijlage 1
Geldend
Geldend vanaf 03-04-2026. Let op: treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 01-03-2025
- Bronpublicatie:
06-02-2026, Stcrt. 2026, 12502 (uitgifte: 02-04-2026, regelingnummer: 2025-618310)
- Inwerkingtreding
03-04-2026, terugwerkend tot: 01-03-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
06-02-2026, Stcrt. 2026, 12502 (uitgifte: 02-04-2026, regelingnummer: 2025-618310)
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Bevoegdheid
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
De aan de pSG voorbehouden redenen als bedoeld in artikel 13, aanhef en onder k, zijn:
- i.
bedrijfseconomische redenen;
- ii.
langdurige arbeidsongeschiktheid vanwege ziekte voor zover bij de beëindiging aan de medewerker meer wordt toegekend dan de wettelijke transitievergoeding, de geldende opzegtermijn én een reguliere eindafrekening;
- iii.
gewetensbezwaren/werkweigering;
- iv.
verstoorde arbeidsverhouding voor zover bij de beëindiging aan de medewerker meer wordt toegekend dan de wettelijke transitievergoeding, de geldende opzegtermijn én een reguliere eindafrekening;
- v.
verwijtbaar handelen, een dringende reden of wegens wanprestatie;
- vi.
andere omstandigheden die zodanig zijn dat in redelijkheid niet kan worden verwacht dat de arbeidsovereenkomst wordt voortgezet;
- vii.
een combinatie van ontbindingsgronden, voor zover één van de ontbindingsgronden is voorbehouden aan de pSG.
De aan de algemene leiding DG van het kernministerie voorbehouden redenen als bedoeld in artikel 14, aanhef en onder e, zijn:
- i.
langdurige arbeidsongeschiktheid vanwege ziekte voor zover bij de beëindiging aan de medewerker niet meer wordt toegekend dan de wettelijke transitievergoeding, de geldende opzegtermijn én een reguliere eindafrekening;
- ii.
verstoorde arbeidsverhouding voor zover bij de beëindiging aan de medewerker niet meer wordt toegekend dan de wettelijke transitievergoeding, de geldende opzegtermijn én een reguliere eindafrekening en eerst na afstemming met de pSG;
- iii.
een combinatie van ontbindingsgronden, tenzij één van de ontbindingsgronden is voorbehouden aan de pSG.
- iv.
het gebruik maken van de regeling vervroegd uittreden zoals bedoeld in de cao Rijk.
De aan de algemene leiding DGBD, DGTSL en DGD voorbehouden redenen als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder i, zijn:
- i.
langdurige arbeidsongeschiktheid vanwege ziekte voor zover bij de beëindiging aan de medewerker niet meer wordt toegekend dan de wettelijke transitievergoeding, de geldende opzegtermijn én een reguliere eindafrekening, inclusief het sluiten van een vaststellingsovereenkomst;
- ii.
verstoorde arbeidsverhouding voor zover bij de beëindiging aan de medewerker niet meer wordt toegekend dan de wettelijke transitievergoeding, de geldende opzegtermijn én een reguliere eindafrekening en eerst na afstemming met de pSG, inclusief het sluiten van een vaststellingsovereenkomst;
- iii.
het bij regelmaat niet kunnen verrichten van de bedongen arbeid als gevolg van ziekte of gebreken van de medewerker met voor de bedrijfsvoering onaanvaardbare gevolgen;
- iv.
de ongeschiktheid van de medewerker tot het verrichten van de bedongen arbeid, anders dan ten gevolge van ziekte of gebreken van de medewerker;
- v.
een combinatie van ontbindingsgronden, tenzij één van de ontbindingsgronden is voorbehouden aan de pSG.
De aan de directeuren van de topstructuur DGBD, DGTSL en DGD en de directie directeuren DGBD voorbehouden redenen als bedoeld in artikel 15d, aanhef en onder d, zijn:
- i.
langdurige arbeidsongeschiktheid vanwege ziekte voor zover bij de beëindiging aan de medewerker niet meer wordt toegekend dan de wettelijke transitievergoeding, de geldende opzegtermijn én een reguliere eindafrekening, inclusief het sluiten van een vaststellingsovereenkomst;
- ii.
wegens het gebruik maken van de regeling vervroegd uittreden zoals bedoeld in de cao Rijk;
- iii.
wegens afzien van VWNW-begeleiding en VWNW-voorzieningen onder toekenning van een stimuleringspremie zoals bedoeld in de cao Rijk.