Einde inhoudsopgave
Besluit Ondernemingsfaciliteiten
3.9 Voortzettingseis. Vervreemding onderneming
Geldend
Geldend vanaf 06-11-2024
- Redactionele toelichting
Gecorrigeerd via een rectificatie (23-01-2025).
- Bronpublicatie:
17-10-2024, Stcrt. 2024, 34456 (uitgifte: 05-11-2024, regelingnummer: 2024-10969)
- Inwerkingtreding
06-11-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
17-10-2024, Stcrt. 2024, 34456 (uitgifte: 05-11-2024, regelingnummer: 2024-10969)
- Vakgebied(en)
Belastingen van rechtsverkeer / Overdrachtsbelasting
Naast een aanhoudingseis ten aanzien van de toegekende aandelen, geldt voor de toepassing van de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel e, onder 2˚, WBR een voortzettingseis voor de bij de omzetting verkregen onderneming. Als niet aan de voortzettingseis wordt voldaan is de belasting die door toepassing van de vrijstelling niet is geheven alsnog verschuldigd (artikel 5, vierde lid, UBBR).
Artikel 5, zesde lid, UBBR bevat een uitzondering op de voortzettingseis. Op grond hiervan wordt de belasting niet alsnog verschuldigd bij een vervreemding van de bij de omzetting verkregen onderneming, inclusief de daartoe behorende onroerende zaken, in het kader van een voor de overdrachtsbelasting vrijgestelde fusie als bedoeld in artikel 5a, een interne reorganisatie als bedoeld in artikel 5b, dan wel een splitsing als bedoeld in artikel 5c UBBR.
De vraag is opgekomen of het bepaalde in artikel 5, vierde lid, UBBR ook buiten toepassing kan blijven in geval van een vervreemding van de bij de omzetting verkregen onderneming onder achterlating van de onroerende zaken. Over de vraag of de tekst van artikel 5, zesde lid, UBBR dit toestaat bestaat discussie. Er is echter geen bezwaar om in dit geval de uitzonderingsbepaling onder voorwaarden toe te passen. Daarom keur ik het volgende goed.
Goedkeuring
Ik keur onder voorwaarden goed dat het bepaalde in artikel 5, vierde lid, UBBR, buiten toepassing blijft in geval de vennootschap die de onderneming bij de omzetting heeft verkregen, de onderneming niet gedurende een periode van ten minste drie jaren na de omzetting voortzet als gevolg van een vervreemding van de onderneming onder achterlating van onroerende zaken of andere vermogensbestanddelen bij de hiervoor bedoelde vennootschap.
Voorwaarden
Voor deze goedkeuring gelden de volgende twee voorwaarden.
- a.
De vennootschap die de onderneming bij de omzetting heeft verkregen blijft gedurende de resterende periode van ten minste drie jaren na de omzetting in het bezit van de aandelen in de vennootschap die de onderneming als gevolg van de vervreemding verkrijgt. Dit betreft zowel alle aandelen die de eerstgenoemde vennootschap op het moment van vervreemding van de onderneming in die vennootschap houdt als alle aandelen die ter zake van de vervreemding zijn verkregen.
- b.
De vennootschap die de onderneming als gevolg van de vervreemding heeft verkregen, zet deze voort gedurende dezelfde resterende periode als die bedoeld in voorwaarde a.