Einde inhoudsopgave
Regeling openbaarmaking vergrijpboeten
Artikel 3 Toetsingskader proportionaliteit
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2024
- Bronpublicatie:
15-12-2023, Stcrt. 2023, 34571 (uitgifte: 29-12-2023, regelingnummer: 2023-0000275008)
- Inwerkingtreding
01-01-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
15-12-2023, Stcrt. 2023, 34571 (uitgifte: 29-12-2023, regelingnummer: 2023-0000275008)
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Belastingadviseur
Fiscaal bestuursrecht / Boete
1.
De inspecteur, onderscheidenlijk de Dienst Toeslagen, weegt het belang van een adequate voorlichting van het publiek af tegen het belang dat de overtreder heeft bij eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer.
2.
Bij de belangenafweging neemt de inspecteur, onderscheidenlijk de Dienst Toeslagen, in elk geval de volgende factoren in aanmerking:
- a.
de hoogte van de boete;
- b.
onherroepelijk vaststaande bestuurlijke boeten als bedoeld in artikel 67r, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, onderscheidenlijk artikel 42a, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, (recidive);
- c.
de kans op recidive;
- d.
het samenhangen van het beboetbare feit met andere, niet-fiscale overtredingen of misdrijven, onderscheidenlijk overtredingen of misdrijven in de zin van andere wetgeving dan die op het gebied van toeslagen;
- e.
de onderworpenheid aan tuchtrecht;
- f.
de rechtspersoonlijkheid van de overtreder;
- g.
het tijdsverloop sinds het begaan van de overtreding;
- h.
de persoonlijke omstandigheden.