Einde inhoudsopgave
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
Artikel 4.2.49c Informatieverplichtingen
Geldend
Geldend van 01-01-2026 tot 01-01-2028
- Redactionele toelichting
Deze wijziging is niet van toepassing op aanvragen die in de periode van 1 mei 2025 tot en met 31 maart 2026 zijn ingediend op grond van artikel 4.2.113 en aanvragen die in de periode van 5 januari tot en met 12 februari 2026 zijn ingediend op grond van artikel 4.2.44 en passen binnen MOOI-missie Elektriciteit, innovatiethema 5.
- Bronpublicatie:
15-12-2025, Stcrt. 2025, 43110 (uitgifte: 18-12-2025, regelingnummer: WJZ/101744474)
- Inwerkingtreding
01-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
15-12-2025, Stcrt. 2025, 43110 (uitgifte: 18-12-2025, regelingnummer: WJZ/101744474)
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Bijzondere onderwerpen bestuursrecht
1.
De vooraanmelding, bedoeld in artikel 4.2.49, onderdeel a, bevat ten minste een beknopte omschrijving van het beoogde MOOI-project waarin de volgende informatie wordt verstrekt:
- a.
het innovatiethema of de innovatiethema’s behorende bij de MOOI-missie of MOOI-missies, opgenomen in bijlage 4.2.6, waaraan het MOOI-project invulling beoogt te geven en de wijze waarop deze invulling wordt gegeven;
- b.
de met het MOOI-project beoogde resultaten;
- c.
de beoogde uitvoerende partijen van het MOOI-project;
- d.
de verwachte totale kosten van het MOOI-project;
- e.
het subsidiebedrag dat naar verwachting nodig is om het MOOI-project te kunnen uitvoeren.
2.
Onverminderd artikel 4.2.3, eerste en tweede lid, bevat een aanvraag om subsidie:
- a.
gegevens over de grootte van de onderneming van de aanvrager, indien de aanvrager aanspraak wil maken op het percentage aan subsidie voor een kleine of middelgrote onderneming als bedoeld in artikel 4.2.45, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° of 3°;
- b.
een verklaring de-minimissteun:
- 1°
voor zover het overige projectactiviteiten betreft die worden uitgevoerd door ondernemingen, van elke onderneming in het samenwerkingsverband die deze activiteiten uitvoert;
- 2°
indien de aanvrager een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in de algemene groepsvrijstellingsverordening is, inclusief een door de minister beschikbaar gesteld ingevuld beslisschema;.
een verklaring de-minimissteun:
- 1°
voor zover het overige projectactiviteiten betreft die worden uitgevoerd door ondernemingen, van elke onderneming in het samenwerkingsverband die deze activiteiten uitvoert;
- 2°
indien de aanvrager een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in de algemene groepsvrijstellingsverordening is, inclusief een door de minister beschikbaar gesteld ingevuld beslisschema;.
- c.
het advies dat de adviescommissie MOOI op basis van de vooraanmelding heeft uitgebracht;
- d.
een projectomschrijving van het MOOI-project dat ten minste de mijlpalen en beslismomenten over de doorgang van het MOOI-project bevat, inclusief meetbare indicatoren;
- e.
een financieringsplan;
- f.
een beknopte beschrijving van de kennis, ervaring en capaciteiten van de bij de uitvoering van het MOOI-project betrokken personen, die relevant is om de kwaliteit van het samenwerkingsverband te kunnen beoordelen;
- g.
een plan dat betrekking heeft op de wijze waarop de kennisverspreiding plaatsvindt;
- h.
bewijsstukken waaruit de inbreng van alle afzonderlijke deelnemers in een samenwerkingsverband voor de uitvoering van het desbetreffende MOOI-project volgt;
- i.
indien het een aanvraag om subsidie voor een MOOI-project binnen MOOI-missie Systeemintegratie, opgenomen in bijlage 4.2.6, betreft dat geen betrekking heeft op alle innovatiethema’s van die missie, een onderbouwing dat het project in elk geval geen nadelige gevolgen heeft voor het andere innovatiethema of de andere innovatiethema’s van die missie waarop het project geen betrekking heeft.