Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) nr. 1408/2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector
Artikel 3 De-minimissteun
Geldend
Geldend van 16-12-2024 tot 01-01-2033
- Bronpublicatie:
10-12-2024, PbEU L 2024, 2024/3118 (uitgifte: 13-12-2024, regelingnummer: 2024/3118)
- Inwerkingtreding
16-12-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
10-12-2024, PbEU L 2024, 2024/3118 (uitgifte: 13-12-2024, regelingnummer: 2024/3118)
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Algemeen
Agrarisch recht (V)
1.
2.
Het totale bedrag aan de-minimissteun dat per lidstaat aan één onderneming wordt verleend, ligt niet hoger dan 50 000 EUR over een periode van drie jaar.
3.
Het cumulatieve bedrag aan de-minimissteun dat per lidstaat over een periode van drie jaar wordt verleend aan ondernemingen die actief zijn in de primaire productie van landbouwproducten, ligt niet hoger dan het in de bijlage vastgestelde nationale maximum.
4.
De de-minimissteun wordt geacht te zijn verleend op het tijdstip waarop de onderneming krachtens de toepasselijke nationale wet- en regelgeving een wettelijke aanspraak op de steun verwerft, ongeacht de datum waarop de de-minimissteun aan de onderneming wordt betaald.
5.
Het de-minimisplafond en het nationale maximum als bedoeld in de leden 2 en 3 zijn van toepassing ongeacht de vorm van de de-minimissteun of het daarmee nagestreefde doel en ongeacht of de door de lidstaat verleende steun geheel of ten dele uit middelen van Unie-oorsprong wordt gefinancierd.
6.
Voor de toepassing van het de-minimisplafond en het nationale maximum als bedoeld in de leden 2 en 3 wordt steun als een subsidiebedrag uitgedrukt. Alle bedragen die worden gebruikt, zijn brutobedragen vóór aftrek van belastingen of andere heffingen. Wanneer steun in een andere vorm dan een subsidie wordt toegekend, is het steunbedrag het brutosubsidie-equivalent van de steun.
7.
Van steun die in tranches wordt uitgekeerd, wordt door discontering de waarde op het tijdstip van de verlening ervan berekend. De rentevoet die bij discontering wordt gehanteerd, is de disconteringsvoet die op het tijdstip van de steunverlening van toepassing is.
8.
Wanneer het de-minimisplafond of het nationale maximum als bedoeld in de leden 2 en 3 door de toekenning van nieuwe de-minimissteun zouden worden overschreden, komt deze nieuwe steun in zijn geheel niet in aanmerking voor het voordeel van deze verordening.
9.
In het geval van fusies of overnames wordt alle de-minimissteun die voordien aan elk van de fuserende ondernemingen is verleend, in aanmerking genomen om te bepalen of nieuwe de-minimissteun voor de nieuwe of de overnemende onderneming het toepasselijke de-minimisplafond of het toepasselijke nationale maximum overschrijdt. De-minimissteun die vóór de fusie of overname rechtmatig is verleend, blijft rechtmatig.
10.
Indien één onderneming in twee of meer afzonderlijke ondernemingen wordt opgesplitst, wordt de vóór de splitsing verleende de-minimissteun toegerekend aan de onderneming die de steun genoot; dat is in beginsel de onderneming die de activiteiten overneemt waarvoor de de-minimissteun werd gebruikt. Indien deze toerekening niet mogelijk is, wordt de de-minimissteun evenredig toegerekend op basis van de boekwaarde van het aandelenkapitaal van de nieuwe ondernemingen op het daadwerkelijke tijdstip van de splitsing.