Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) nr. 648/2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters
Artikel 20 Intrekking van de vergunning
Geldend
Geldend vanaf 24-12-2024
- Redactionele toelichting
Wordt toegepast vanaf 24-12-2024.
- Bronpublicatie:
27-11-2024, PbEU L 2024, 2024/2987 (uitgifte: 04-12-2024, regelingnummer: 2024/2987)
- Inwerkingtreding
24-12-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
27-11-2024, PbEU L 2024, 2024/2987 (uitgifte: 04-12-2024, regelingnummer: 2024/2987)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
1.
Onverminderd artikel 22, lid 3, trekt een voor de CTP bevoegde autoriteit de vergunning geheel of gedeeltelijk in indien de CTP:
- a)
binnen 12 maanden geen gebruik heeft gemaakt van de vergunning;
- b)
geen gebruik heeft gemaakt van een vergunning voor een clearingdienst of -activiteit in een klasse van derivaten, effecten, andere financiële instrumenten of niet-financiële instrumenten, binnen 12 maanden na de datum waarop de vergunning is verleend of vanaf de datum waarop de CTP dergelijke clearingdienst of -activiteit voor het laatst heeft aangeboden;
- c)
uitdrukkelijk afstand doet van de vergunning;
- d)
gedurende de voorafgaande 12 maanden geen diensten of activiteiten heeft verricht in een klasse van derivaten, effecten, andere financiële instrumenten of niet-financiële instrumenten die onder een vergunning vallen;
- e)
de vergunning heeft verworven door middel van valse verklaringen of op enige andere onregelmatige wijze;
- f)
niet meer voldoet aan de voorwaarden waarop de vergunning is verleend en niet binnen een gestelde termijn corrigerende maatregelen heeft getroffen, of
- g)
ernstig en systematisch één of meer van de in deze verordening vastgestelde vereisten heeft geschonden.
2.
Indien de voor de CTP bevoegde autoriteit de vergunning van de CTP intrekt op grond van lid 1, kan zij een dergelijke intrekking van de vergunning beperken tot een bepaalde clearingdienst of -activiteit in een of meer klassen van derivaten, effecten, andere financiële instrumenten of niet-financiële instrumenten.
3.
Voordat de voor de CTP bevoegde autoriteit een besluit neemt om de vergunning van de CTP geheel of gedeeltelijk in te trekken, met inbegrip van een of meer clearingdiensten of -activiteiten in een of meer klassen van derivaten, effecten, andere financiële instrumenten of niet-financiële instrumenten uit hoofde van lid 1, vraagt zij ESMA en het in artikel 18 bedoelde college overeenkomstig artikel 17 ter om advies over de noodzaak om de vergunning van de CTP geheel of gedeeltelijk in te trekken, tenzij dat besluit dringend vereist is.
4.
ESMA en elk lid van het in artikel 18 bedoelde college kan te allen tijde verzoeken dat de voor de CTP bevoegde autoriteit nagaat of de CTP blijft voldoen aan de voorwaarden waarop de vergunning is verleend.
5.
Indien de voor de CTP bevoegde autoriteit een besluit neemt om de vergunning van de CTP geheel of gedeeltelijk in te trekken, ook voor een of meer clearingdiensten of -activiteiten in een of meer klassen van derivaten, effecten, andere financiële instrumenten of niet-financiële instrumenten, wordt dat besluit in de hele Unie van kracht en stelt de voor de CTP bevoegde autoriteit de CTP daarvan onverwijld in kennis via de centrale databank.