Einde inhoudsopgave
Wet op het financieel toezicht
Artikel 3A:44 Instrument van bail-in
Geldend
Geldend vanaf 25-03-2026
- Bronpublicatie:
11-03-2026, Stb. 2026, 60 (uitgifte: 24-03-2026, kamerstukken: 36822)
- Inwerkingtreding
25-03-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
16-03-2026, Stb. 2026, 61 (uitgifte: 24-03-2026, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
1.
De Nederlandsche Bank kan tot toepassing van het instrument van bail-in de hoofdsom of het uitstaande verschuldigde bedrag van bail-inbare passiva van een entiteit in afwikkeling verminderen of geheel of gedeeltelijk omzetten in rechten op kernkapitaalinstrumenten of eigendomsinstrumenten van die entiteit, van een moederonderneming van die entiteit die zelf een entiteit is als bedoeld in artikel 3A:2, onderdelen a tot en met e, of van een overbruggingsinstelling waarop activa, rechten of passiva van die entiteit overgaan.
2.
De Nederlandsche Bank kan het instrument van bail-in tevens toepassen op bail-inbare passiva die zijn overgegaan op:
- a.
een overbruggingsinstelling of een entiteit voor activa- en passivabeheer; of
- b.
een verkrijger die geen overbruggingsinstelling of entiteit voor activa-passivabeheer is met diens instemming.
3.
De Nederlandsche Bank oefent de bevoegdheden, bedoeld in het eerste en het tweede lid, uit overeenkomstig het bepaalde ingevolge de artikelen 47, 49 en 50 van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen.
4.
De toepassing van het instrument van bail-in op een entiteit als bedoeld in artikel 3A:2, onderdeel b tot en met f, die niet valt onder de werking van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, geschiedt in overeenstemming met artikel 43, tweede en derde lid, artikel 44, tweede, derde, negende en tiende lid, artikel 46, eerste en tweede lid, en artikel 48 van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen.
5.
De Nederlandsche Bank oefent de in het eerste en tweede lid omschreven bevoegdheden uit met inachtneming van het in artikel 44, twaalfde lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen bepaalde over de voorafgaande betrokkenheid van de Europese Commissie.
6.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid.