Voorstel van wet tot vaststelling van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (Wetboek van Strafvordering)
Einde inhoudsopgave
Voorstel van wet tot vaststelling van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (Wetboek van Strafvordering):artikel 4.3.7
Voorstel van wet tot vaststelling van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (Wetboek van Strafvordering)
Artikel 4.3.7
Geldend
Documentgegevens:
Geldend vanaf 01-04-2025
- Redactionele toelichting
Tekst op basis van wetsvoorstel.
- Bronpublicatie:
01-04-2025, Kamerstukken 2025, 36327 (uitgifte: 01-04-2025, kamerstukken: 36327-C)
- Inwerkingtreding
01-04-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
01-04-2025, Kamerstukken 2025, 36327 (uitgifte: 01-04-2025, kamerstukken: 36327-C)
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht (V)
1.
Het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, dient op wettige bewijsmiddelen te steunen.
2.
Het bewijs kan slechts worden aangenomen als buiten redelijke twijfel staat dat de verdachte het feit heeft begaan.
3.
Indien de rechtbank er niet van overtuigd is dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, spreekt zij hem daarvan vrij.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.