Einde inhoudsopgave
Procesreglement bestuursrecht rechtbanken
Artikel 2.8b Anoniem procederen
Geldend
Geldend vanaf 01-07-2025
- Redactionele toelichting
De datum van afkondiging is de datum van de Staatscourant.
- Bronpublicatie:
30-06-2025, Stcrt. 2025, 20750 (uitgifte: 30-06-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-07-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
30-06-2025, Stcrt. 2025, 20750 (uitgifte: 30-06-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Vreemdelingenrecht / Vreemdelingenprocesrecht
Bestuursprocesrecht / Algemeen
1.
Als een partij op grond van gewichtige redenen verzoekt dat een andere partij van persoonsgegevens van deze partij geen kennis mag nemen, handelt de rechtbank zoveel mogelijk overeenkomstig artikel 8:29 van de Awb.
2.
Als de rechtbank heeft beslist dat de beperking van de kennisneming van de persoonsgegevens niet of niet geheel gerechtvaardigd is, vraagt de griffier de betrokken partij om binnen vier weken schriftelijk mee te delen of deze partij verder wil deelnemen aan de procedure. Als de partij hier niet op reageert, gaat de rechtbank ervan uit dat deze partij verder wil deelnemen aan de procedure en worden de persoonsgegevens aan de andere partijen vrijgegeven.
3.
Als de partij die het beroepschrift heeft ingediend, meedeelt dat deze niet verder wenst deel te nemen aan de procedure, geldt die mededeling als de schriftelijke intrekking van het beroep als bedoeld in artikel 6:21 van de Awb. De griffier wijst partijen op deze consequentie bij de vraag bedoeld in het derde lid van dit artikel.
4.
In de beslissing dat de beperking van de kennisneming van de persoonsgegevens wel gerechtvaardigd is, neemt de rechtbank een instructie op hoe deze partij zonder mededeling van de persoonsgegevens kan deelnemen aan de procedure.