Einde inhoudsopgave
Waterschapswet
Artikel 122f [Heffingsmaatstaf zuiveringsheffing]
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2026
- Bronpublicatie:
10-02-2025, Stb. 2025, 63 (uitgifte: 14-03-2025, kamerstukken: 36412)
- Inwerkingtreding
01-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
11-04-2025, Stb. 2025, 101 (uitgifte: 18-04-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Belastingen van lagere overheden / Waterschapsbelastingen
Staatsrecht / Decentralisatie
Milieubelastingen (V)
1.
Voor de heffing geldt als heffingsmaatstaf de vervuilingswaarde van de stoffen die in een kalenderjaar worden afgevoerd, waarbij de vervuilingswaarde wordt uitgedrukt in vervuilingseenheden.
2.
Eén vervuilingseenheid vertegenwoordigt met betrekking tot:
- a.
zuurstofverbruik: het jaarlijks verbruik van 54,8 kilogram zuurstof;
- b.
gewichtshoeveelheden van de groep van stoffen chroom, koper, lood, nikkel, zilver en zink: 1,00 kilogram;
- c.
gewichtshoeveelheden van de groep van stoffen arseen, kwik en cadmium: 0,100 kilogram;
- d.
gewichtshoeveelheden van de stof chloride: 650 kilogram;
- e.
gewichtshoeveelheden van de stof sulfaat: 650 kilogram;
- f.
gewichtshoeveelheden van de stof fosfor: 20,0 kilogram.
3.
Het algemeen bestuur kan bij verordening met betrekking tot één of meer van de in het tweede lid, onderdelen b tot en met f, genoemde stoffen:
- a.
de gewichtshoeveelheid die één vervuilingseenheid vertegenwoordigt, hoger vaststellen dan in het tweede lid is bepaald;
- b.
bepalen dat:
- 1°
zij niet worden onderworpen aan de heffing;
- 2°
een bepaald aantal vervuilingseenheden niet wordt onderworpen aan de heffing;
- 3°
vervuilingseenheden niet worden onderworpen aan de heffing, indien het aantal daarvan, na toepassing van de onderdelen a en b, onder 1° en 2°, niet uitgaat boven een bepaald aantal vervuilingseenheden; of
- 4°
zij niet of niet geheel worden onderworpen aan de heffing als de stof in een bepaalde concentratie aanwezig is.