Einde inhoudsopgave
Verlofregeling TBS
Artikel 2 [Vorm en inhoud verlofaanvraag]
Geldend
Geldend vanaf 14-01-2022
- Bronpublicatie:
16-12-2021, Stcrt. 2022, 545 (uitgifte: 13-01-2022, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
14-01-2022
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
16-12-2021, Stcrt. 2022, 545 (uitgifte: 13-01-2022, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Penitentiair recht / TBS-inrichtingen
1.
Het hoofd FPC dient de verlofaanvraag schriftelijk in bij de Minister en voert deze in, in het door de Minister voorgeschreven geautomatiseerde systeem.
2.
Uit de verlofaanvraag blijkt dat deze is opgesteld op basis van multidisciplinair overleg en professioneel inhoudelijke toetsing.
3.
In de verlofaanvraag wordt door het hoofd FPC de volgende informatie verschaft:
- a.
samenvatting (Box 0);
- b.
voorgeschiedenis (Box 1);
- c.
(delict)diagnostiek (Box 2);
- d.
behandeling (Box 3);
- e.
risicotaxatie en risicomanagement (Box 4);
- f.
aanvraag verlofmodaliteit en verlofplan (Box 5);
- g.
slachtofferonderzoek en maatschappelijke gevoeligheid (Box 5a);
- h.
houding ter beschikking gestelde (Box 8).
4.
Uit de verlofaanvraag blijkt dat een slachtofferonderzoek heeft plaatsgevonden. Van een machtiging wordt slechts gebruik gemaakt indien — voor zover daartoe de verplichting bestaat — een financiële regeling met slachtoffers en/of hun omgeving is getroffen.
5.
Indien de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde voor de datum voorwaardelijke invrijheidstelling in een FPC is geplaatst, wordt een machtiging niet verleend voor genoemde datum.
6.
Een machtiging wordt niet verleend
- a.
ten behoeve van een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000, tenzij begeleid verlof naar het oordeel van de Minister noodzakelijk is ten behoeve van het vertrek uit Nederland of ter voorbereiding op de resocialisatie van de vreemdeling in het land van herkomst;
- b.
ten behoeve van verlof in het buitenland, met inbegrip van de delen van het Koninkrijk buiten Europa;
- c.
ten behoeve van verpleegden die alleen tot een vrijheidsstraf zijn veroordeeld, indien de prognose en de behandeldoelen verlof niet toelaten; of
- d.
indien een levenslange gevangenisstraf wordt ondergaan, tenzij de verpleegde activiteiten worden aangeboden als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van het Besluit Adviescollege levenslanggestraften en aan de overige voorwaarden voor het verlenen van verlof wordt voldaan.
7.
De risicotaxatie bedoeld in artikel 2, derde lidonder e, is niet ouder dan een jaar, gerekend vanaf de datum van de verlofaanvraag.