Einde inhoudsopgave
Wet loonbelasting BES
Artikel 21a
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2025
- Bronpublicatie:
18-12-2024, Stb. 2024, 436 (uitgifte: 23-12-2024, kamerstukken: 36604)
- Inwerkingtreding
01-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
18-12-2024, Stb. 2024, 436 jo Stb. 2024, 437 (uitgifte: 23-12-2024, kamerstukken: 36669)
18-12-2024, Stb. 2024, 436 jo Stb. 2024, 437 (uitgifte: 23-12-2024, kamerstukken: 36604)
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
1.
Met betrekking tot eindheffingsbestanddelen wordt het bedrag van de verschuldigde belasting bepaald aan de hand van het gebruteerde tarief.
2.
Bij de toepassing van het gebruteerde tarief wordt het bedrag van de verschuldigde belasting bepaald aan de hand van de voor het tijdvak waarin het loon is genoten geldende in artikel 24a, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting BES opgenomen tabel. Daarbij wordt aangenomen dat de inhoudingsplichtige de belasting en de bij reguliere betaling van het loon verschuldigde premies voor de volksverzekeringen en premie die verschuldigd is ingevolge het Besluit zorgverzekering BES aanstonds voor zijn rekening heeft genomen.
3.
Voor zover aannemelijk is dat de inhoudingsplichtige de belasting, de premies voor de volksverzekeringen en de premie die verschuldigd is ingevolge het Besluit zorgverzekering BES pas later voor zijn rekening heeft genomen, wordt het voordeel dat voor de werknemer ontstaat door toepassing van de eindheffing in de eindheffing betrokken naar de situatie op het moment dat de inhoudingsplichtige de belasting, de premies voor de volksverzekeringen en de premie die verschuldigd is ingevolge het Besluit zorgverzekering BES voor zijn rekening heeft genomen. Het in de eerste zin bedoelde voordeel wordt niet later in de eindheffing betrokken dan op het moment van de naheffing naar de dan geldende situatie.
4.
De volgens dit artikel verschuldigde belasting kan globaal worden vastgesteld, zodanig dat deze redelijkerwijs overeenkomt met de verschuldigde belasting die op de voet van het eerste tot en met derde lid zou zijn bepaald, indien:
- a.
een of meer werknemers in hetzelfde loontijdvak of in meerdere loontijdvakken als eindheffingsbestanddelen aan te merken loonvoordelen hebben genoten; en
- b.
dat leidt tot een vereenvoudiging van de vaststelling van de verschuldigde belasting.