Einde inhoudsopgave
Wet marktordening gezondheidszorg
Artikel 71d
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2026
- Bronpublicatie:
08-10-2025, Stb. 2025, 274 (uitgifte: 20-10-2025, kamerstukken: 36546)
- Inwerkingtreding
01-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
15-10-2025, Stb. 2025, 283 (uitgifte: 21-10-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht / Zorg en ziektekosten
1.
In afwijking van artikel 71c, derde lid, onderdeel a, verstrekken de colleges de zorgautoriteit desgevraagd de persoonsgegevens van jeugdigen als bedoeld in de Jeugdwet en hun ouders die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van haar taak, bedoeld in artikel 9a.1 van de Jeugdwet. Deze persoonsgegevens kunnen gegevens omvatten over:
- a.
de gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15, van de Algemene verordening gegevensbescherming, uitsluitend voor zover het gegevens betreft over de inzet van een voorziening van jeugdhulp of van een opgelegde kinderbeschermingsmaatregel, en
- b.
persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, uitsluitend voor zover het gegevens betreft over de inzet van de opgelegde jeugdreclassering.
2.
De verstrekking van persoonsgegevens door de colleges aan de zorgautoriteit, bedoeld in het eerste lid, geschiedt door tussenkomst van de Stichting Inlichtingenbureau. Indien de Stichting Inlichtingenbureau op grond van de eerste zin persoonsgegevens verwerkt, is het voor deze verwerking verwerkingsverantwoordelijke.
3.
Op de aan de zorgautoriteit te verstrekken persoonsgegevens is pseudonimisering als bedoeld in artikel 4, onderdeel 5, van de Algemene verordening gegevensbescherming toegepast die vervolgens onafgebroken is gecontinueerd.
4.
Bij ministeriële regeling bepalen Onze Minister en Onze Minister van Justitie en Veiligheid welke persoonsgegevens voor de zorgautoriteit noodzakelijk zijn voor de uitvoering van haar taak, bedoeld in artikel 9a.1 van de Jeugdwet en de daarvoor geldende maximale bewaartermijnen.