Einde inhoudsopgave
Toetsbesluit PO
Artikel 4 Kenmerken doorstroomtoets
Geldend
Geldend vanaf 01-08-2025
- Bronpublicatie:
09-11-2022, Stb. 2022, 480 (uitgifte: 30-11-2022, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-08-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
24-01-2025, Stb. 2025, 30 (uitgifte: 06-02-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Onderwijsrecht / Primair onderwijs
Onderwijsrecht / (Voortgezet) speciaal onderwijs
Onverminderd artikel 45b, derde en vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 48c, derde en vierde lid, van de Wet op de expertisecentra of artikel 51b, eerste en tweede lid, van de Wet primair onderwijs BES, voldoet een doorstroomtoets aan de volgende kenmerken:
- a.
de doorstroomtoets leidt, op basis van het door een leerling behaalde resultaat, tot een eenduidig advies omtrent het te volgen vervolgonderwijs en hanteert daarbij categorieën van schoolsoorten of leerwegen in het voortgezet onderwijs die gelijkluidend zijn aan de gehanteerde categorieën in andere doorstroomtoetsen,
- b.
de toets is inhoudelijk valide, betrouwbaar en heeft een deugdelijke normering,
- c.
de inhoud is gebaseerd op de bij regeling vastgestelde toetswijzer, bedoeld in artikel 3a, eerste lid, onderdeel e, van de Wet College voor toetsen en examens,
- d.
de eindtoetsen bevatten een gezamenlijke set aan opgaven Nederlandse taal en rekenen en wiskunde, die zodanig van omvang is dat daarmee de onderlinge vergelijkbaarheid van de doorstroomtoetsen is geborgd;
- e.
de opgaven over Nederlandse taal en rekenen en wiskunde worden jaarlijks ververst, behoudens dat deel van de gezamenlijke set aan opgaven, bedoeld in onderdeel d, dat noodzakelijk is om de resultaten van de doorstroomtoetsen over de jaren heen te vergelijken. In het openbaar lichaam Bonaire moeten ook de opgaven over Papiaments jaarlijks worden ververst,
- f.
het toetsresultaat maakt het eindniveau van de leerling ten opzichte van de referentieniveaus, bedoeld in artikel 3, inzichtelijk,
- g.
de toets is geschikt voor alle leerlingen met uitzondering van de leerlingen bedoeld in artikel 45c, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 48d, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra en artikel 51c, tweede lid, van de Wet primair onderwijs BES,
- h.
de toets biedt de inspectie voldoende basis voor een oordeel over de leerresultaten, bedoeld in artikel 10a van de Wet op het primair onderwijs of artikel 19a van de Wet op de expertisecentra,
- i.
het bij de doorstroomtoets behorende toetsreglement bevat een regeling voor ten minste de in artikel 7 genoemde onderwerpen, en
- j.
de toets kent een verantwoording van de inhoud, waarin informatie over het theoretisch kader is opgenomen, wordt beschreven welke keuzes zijn gemaakt met betrekking tot de te toetsen domeinen, de daarbij passende afnamevorm en uiteen wordt gezet hoe de toets voldoet aan de in onderdeel b gestelde eisen.