Einde inhoudsopgave
Regeling Tijdelijke wet Groningen
Artikel 8a.4
Geldend
Geldend vanaf 22-01-2026
- Bronpublicatie:
08-01-2026, Stcrt. 2026, 2049 (uitgifte: 21-01-2026, regelingnummer: 2025-0000692715)
- Inwerkingtreding
22-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
12-01-2026, Stb. 2026, 8 (uitgifte: 21-01-2026, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Afhankelijke geldigheid
Treedt tegelijk in werking met artikel I, onderdeel H, van de Wet tot wijziging van de Tijdelijke wet Groningen in verband met het herstel van omissies en het aanbrengen van verduidelijkingen (19-02-2025, Stb. 62).
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Mijnbouw
Bouwrecht / Veiligheid en milieu
Bestuursrecht algemeen / Overheid en privaatrecht
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
1.
Indien het aantal arbeidsuren, genoemd in artikel 8a.3, eerste lid, ontoereikend blijkt door de complexiteit van het te leveren bouwkundig, bodemkundig, ecologisch, hydrologisch of financieel advies, kan de eigenaar een aanvraag tot vergoeding van aanvullende arbeidsuren doen.
2.
Bij het indienen van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, overlegt de eigenaar een raming en onderbouwing van de verwachte aanvullende benodigde arbeidsuren voor het bouwkundig, bodemkundig, ecologisch, hydrologisch of financieel advies aan de Minister of het Instituut.
3.
Het Instituut of de Minister neemt een besluit over het verhogen van de aanspraak op vergoeding binnen acht weken na de ontvangst van de aanvraag.