Einde inhoudsopgave
Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart
Artikel 18
Geldend
Geldend vanaf 09-01-2026
- Bronpublicatie:
17-12-2025, Stb. 2026, 3 (uitgifte: 08-01-2026, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
09-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
17-12-2025, Stb. 2026, 3 (uitgifte: 08-01-2026, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Vervoersrecht / Luchtvervoer
Verkeersrecht / Bijzondere onderwerpen
1.
Aan een houder van een ASO worden, nadat deze de desbetreffende opleiding met goed resultaat heeft gevolgd, één of meer van de volgende bevoegdverklaringen afgegeven:
- a.
ADR (Aerodrome), die de bevoegdheid geeft tot het verstrekken van luchthaveninformatie aan luchthavenverkeer;
- b.
TOW (Towing), die de bevoegdheid geeft tot het verstrekken van dienstberichten aan sleepvoertuigen niet zijnde luchtvaartuigen op het landingsterrein van een gecontroleerde luchthaven onder verantwoordelijkheid van een luchtverkeersleider;
- c.
GCO (Ground Communications Officer), die de bevoegdheid geeft tot het voeren van communicatie met luchtvaartuigen en voertuigen op een gecontroleerde luchthaven;
- d.
DIS (Display), die de bevoegdheid geeft tot het verstrekken van luchtvaartvertoningsinformatie aan luchtverkeer dat deelneemt aan een luchtvaartvertoning overeenkomstig de bij regeling van Onze Minister gestelde regels;
- e.
OFS (Offshore), die de bevoegdheid geeft tot het verstrekken van informatie aan luchtverkeer op en nabij een offshore productieplatform.
2.
Op de bevoegdverklaring GCO is ten minste één van de volgende aantekeningen aangebracht:
- a.
CLD (Clearance Delivery), die de bevoegdheid geeft tot het geven van route- en startupklaringen alsmede voor de vluchtuitvoering relevante informatie aan luchtvaartuigen op platforms;
- b.
GMS (Ground Movement Service), die de bevoegdheid geeft tot het verstrekken van dienstberichten aan of begeleiden van voertuigen, sleepverkeer, luchthavendiensten, hulpdiensten en andere betrokkenen op het landingsterrein, onder verantwoordelijkheid van de luchtverkeersleider.
3.
De in het tweede lid genoemde aantekening wordt afgegeven indien hiervoor de desbetreffende opleiding met goed resultaat is afgerond.
4.
Aan een houder van een ASO worden, nadat deze de desbetreffende opleiding met goed resultaat heeft gevolgd, één of meer van de volgende aantekeningen, die van overeenkomstige toepassing zijn als de gelijkluidende aantekeningen in artikel 4 van verordening (EU) nr. 2015/340, bij het bewijs van bevoegdheid afgegeven:
- a.
Assessor, waarmee wordt aangegeven dat de houder bevoegd is om praktische vaardigheden van (leerling-)bedieners van een luchtvaartstation te beoordelen;
- b.
OJTI (On the Job Training Instructor endorsement), waarmee wordt aangegeven dat de houder bevoegd is om opleiding op de werkplek en opleiding met synthetische opleidingstoestellen te geven;
- c.
STDI (Synthetic Training Device Instructor endorsement), waarmee wordt aangegeven dat de houder bevoegd is om opleiding met synthetische opleidingstoestellen te geven;
- d.
aantekening betreffende de eenheid (unit endorsement), de op het bewijs van bevoegdheid aangebrachte en daarvan deel uitmakende machtiging die de ICAO-locatie-indicator of de naam van de luchthaven weergeeft;
- e.
aantekening betreffende de taalvaardigheid (language proficiency endorsement), de op het bewijs van bevoegdheid aangebrachte en daarvan deel uitmakende machtiging die de taalvaardigheid van de houder aangeeft.
5.
Een bevoegdverklaring als bedoeld in het eerste lid is slechts geldig indien daaraan de in het vierde lid, onderdeel d, bedoelde aantekening betreffende de eenheid, is verbonden.
6.
Een aantekening als bedoeld in het vierde lid, onderdelen a tot en met c, is slechts geldig in combinatie met het bewijs van bevoegdheid en de bevoegdverklaring waarvan zij deel uitmaakt.
7.
Een aantekening als bedoeld in het vierde lid, onderdeel e, kan worden afgegeven indien de houder van een ASO reeds beschikt over een geldige aantekening betreffende de taalvaardigheid op een ATCO of FISO met geldige eenheidsaantekening.