Einde inhoudsopgave
Regeling auteursrechtelijk voorbehoud op een beeldmerk en huisstijl Rijksoverheid
Bijlage
Geldend
Geldend vanaf 20-06-2008
- Bronpublicatie:
16-06-2008, Stcrt. 2008, 115 (uitgifte: 18-06-2008, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
20-06-2008
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
16-06-2008, Stcrt. 2008, 115 (uitgifte: 18-06-2008, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Auteursrecht
Intellectuele-eigendomsrecht / Naburige rechten
Eén logo

Het rijkslogo is een samenstelling van beeld- en woordmerk.
1. Het beeldmerk
Het beeldmerk bevat een lint met een uitgespaarde illustratie geïnspireerd op het Rijkswapen. Het lint staat voor het algemeen belang, de maatschappij. Het lint wordt altijd bovenin in het midden van het communicatiemiddel geplaatst. Blauw is in de corporate uitingen de prioriteitskleur. De illustratie binnen het lint is niet een op zichzelf zichtbare vorm; dankzij het lint wordt de illustratie zichtbaar. De illustratie is geïnspireerd op het Rijkswapen. Het Rijkswapen is hier een keurmerk, een icoon. Het beeldmerk is relatief ‘klein’ om zo een overheid weer te geven die niet overheerst, maar de balans verstaat tussen ordenen, richting geven en ruimte geven.
Belangrijk om te melden is dat in samenspraak met de Hoge Raad van Adel het beeldmerk voldoet aan de heraldische wetten.
2. Het woordmerk
Naast het lint staat de naam van de organisatie vanuit wie gesproken wordt zodat duidelijk is wie de afzender is. Dat past bij een herkenbare en toegankelijke overheid. De naam van de organisatie wordt geschreven met een speciaal voor de Rijksoverheid ontworpen lettertype.
Afzenderstructuur

Laag 1 — Moeder
Op basis van de besluitvorming in de ministerraad is de eerste laag van de merkarchitectuur de ‘Rijksoverheid’.
Waar het vanuit de ontvanger logisch is om als één afzender op te treden, treedt de Rijksoverheid op als afzender. Hierbij gaat het in beginsel om voorlichting aan het grote publiek.

Laag 2 — Dochter
In relatie tot de Rijksoverheid zijn de departementen de dochters. Ook de organisaties die een relatieve onafhankelijke positie hebben ten op zicht[lees: ten opzichte] van het moederdepartement krijgen de status van dochter (zoals het Openbaar Ministerie en de planbureaus). Daarnaast zijn (tijdelijke) interdepartementale samenwerkingsverbanden waarvoor meerdere ministers verantwoordelijk zijn ook een dochter.

Laag 3 — Kleindochter
De diensten en agentschappen worden als een kleindochter aan het logo toegevoegd.
De naam van de kleindochter komt boven en de naam van het departement italic eronder.
Logo toepassing

De overheid neemt een centrale plaats in de samenleving in en staat boven alle partijen, maar stelt zich bescheiden op in haar communicatie. Het logo wordt consistent op het exacte midden van een vlak, bovenaan, geplaatst. Dit is een zeer herkenbare plaatsing, wat bij consistent gebruik een grote herkenbaarheid zal krijgen. Daarentegen is de maatvoering weer bescheiden, wat het geheel relativeert. Hierdoor ontstaat de juiste balans tussen autoriteit en vriendelijkheid.
Kleur

Logoniveau
Voor het lint zijn vijf tinten blauw geselecteerd.

Steunkleuren
Naast de blauwtinten die we gebruiken in het logo, wordt er gewerkt aan een pallet van steunkleuren.
Typografie

Tekstletter
Als tekstletter is gekozen voor de OverheidSerif.
De OverheidSerif wordt toegepast in alle uitingen, op alle middelen, voor alle afzenders, in alle campagnes.
De OverheidSerif wordt toegepast op:
- —
Logoniveau
- —
Alle reguliere tekst zoals broodtekst
De OverheidSerif wordt niet toegepast in:
- —
Koppen groter dan 18 punten
- —
Kantoorautomatisering

Kopletter
Er is gekozen voor een schreefloze kopletter als contrast met het traditionele karakter van logo en tekstletter.
De OverheidSans wordt toegepast op:
- —
Communicatieniveau
- —
Kopteksten vanaf 18pt.