Einde inhoudsopgave
Regeling voertuigen
Artikel 5.6a.38
Geldend
Geldend vanaf 26-02-2025
- Bronpublicatie:
19-02-2025, Stcrt. 2025, 5981 (uitgifte: 25-02-2025, regelingnummer: IENW/BSK-2024/292145)
- Inwerkingtreding
26-02-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
19-02-2025, Stcrt. 2025, 5981 (uitgifte: 25-02-2025, regelingnummer: IENW/BSK-2024/292145)
- Vakgebied(en)
Verkeersrecht / Voertuigeisen
Vervoersrecht / Bijzondere onderwerpen
Eisen | Wijze van keuren | |
|---|---|---|
1. | Bijzondere bromfietsen moeten zijn voorzien van een remsysteem waarvan de remvertraging ten minste 4,0 m/s2 bedraagt. | Bij twijfel controle door middel van een vertragingsproef, waarbij aan de hand van de afgelegde vertragingsafstand wordt bepaald of aan de vereiste vertraging wordt voldaan. |
2. | Bijzondere bromfietsen moeten zijn voorzien van ten minste één frictierem. | Leden 2 tot en met 5: visuele controle |
3. | Bijzondere bromfietsen moeten op alle assen geremd zijn. | |
4. | Bijzondere bromfietsen mogen voorzien zijn van een noodstopsysteem. | |
5. | Bijzondere bromfietsen op meer dan twee wielen moeten zijn voorzien van een vastzetinrichting. | |
6. | Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op bijzondere bromfietsen die geproduceerd zijn op basis van een aanwijzing die afgegeven is voor 2 mei 2019. |