Einde inhoudsopgave
Wet NLQF
Artikel 4.3 Bestuurlijke boete
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2025
- Bronpublicatie:
26-06-2024, Stb. 2024, 223 (uitgifte: 24-07-2024, kamerstukken: 36341)
- Inwerkingtreding
01-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
22-10-2024, Stb. 2024, 314 (uitgifte: 28-10-2024, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Overige regelgevende instantie(s)
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Vakgebied(en)
Onderwijsrecht / Bijzondere onderwerpen
Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon die in strijd met artikel 4.1 of 4.2 handelt. Deze boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, respectievelijk artikel 27, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht BES of, indien dat passender is, ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming, onderscheidenlijk, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking waarin de bestuurlijke boete wordt opgelegd.