Einde inhoudsopgave
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Artikel 67ca [Overige verzuimen in de belastingwetgeving]
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2025
- Bronpublicatie:
20-12-2024, Stcrt. 2024, 38492 (uitgifte: 24-12-2024, regelingnummer: 2024-0000553969)
- Inwerkingtreding
01-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
20-12-2024, Stcrt. 2024, 38492 (uitgifte: 24-12-2024, regelingnummer: 2024-0000553969)
- Overige regelgevende instantie(s)
Ministerie van Justitie
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Boete
1.
Degene die niet voldoet aan de verplichting hem opgelegd bij of krachtens:
- a.
de artikelen 6, derde lid, 43, 44, 47b, 49, tweede lid, en 50, eerste lid;
- b.
- c.
de artikelen 4, elfde lid, en 9, eerste lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965;
- d.
de artikelen 34c, eerste lid, 34e, 34g en 35a, eerste en tweede lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968, of
- e.
artikel 54 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer, begaat een verzuim ter zake waarvan de inspecteur hem een bestuurlijke boete van ten hoogste € 6.709 kan opleggen.
2
De bevoegdheid tot het opleggen van de in het eerste lid bedoelde boete vervalt door verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de verplichting is ontstaan.