Einde inhoudsopgave
Wet op het financieel toezicht
Artikel 2:64c [Vergunningeisen]
Geldend
Geldend vanaf 18-07-2025
- Bronpublicatie:
28-05-2025, Stb. 2025, 193 (uitgifte: 17-07-2025, kamerstukken: 36664)
- Inwerkingtreding
18-07-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
28-05-2025, Stb. 2025, 193 (uitgifte: 17-07-2025, kamerstukken: 36664)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
1.
De Autoriteit Financiële Markten verleent op aanvraag een vergunning als bedoeld in art 2:64a, indien de aanvrager zetel in Nederland heeft en aantoont dat zal worden voldaan aan het bepaalde ingevolge:
- a.
artikel 4:9, eerste, tweede en vierde lid, met betrekking tot de geschiktheid en vakbekwaamheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- b.
artikel 4:10 met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- c.
- d.
artikel 4:14, eerste en tweede lid, met betrekking tot de inrichting van de bedrijfsvoering
- e.
- f.
artikel 4:81a met betrekking tot de rechtspersoonlijkheid van de kredietservicer; en
- g.
artikel 4:81b met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen.
2.
De aanvraag van de vergunning geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
3.
De Autoriteit Financiële Markten beoordeelt na ontvangst van de gegevens, bedoeld in het tweede lid, binnen vijfenveertig dagen of de aanvraag volledig is.