Einde inhoudsopgave
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
Artikel 2.5.3 Afwijzingsgronden
Geldend
Geldend van 01-01-2026 tot 31-12-2030. Let op: wordt geraakt door terugwerkende kracht
- Bronpublicatie:
13-10-2025, Stcrt. 2025, 35015 (uitgifte: 23-10-2025, regelingnummer: WJZ/101215959)
- Inwerkingtreding
01-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
13-10-2025, Stcrt. 2025, 35015 (uitgifte: 23-10-2025, regelingnummer: WJZ/101215959)
- Terugwerkende kracht
Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie:
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Bijzondere onderwerpen bestuursrecht
1.
Voor subsidie komt niet in aanmerking een financier die een kredietovereenkomst sluit met een LV-ondernemer:
- a.
die over voldoende financiële middelen beschikt om zijn LV-onderneming op economisch verantwoorde wijze te drijven;
- b.
die een substantieel deel van de activiteiten van de LV-onderneming niet in Nederland uitvoert; of
- c.
die een LV-onderneming in stand houdt waarvan de laatste jaaromzet voor 50 procent of meer is verkregen, of, indien de LV-onderneming nog geen heel jaar in stand is gehouden, waarvan de omzet naar verwachting voor 50 procent of meer zal worden verkregen, uit:
- 1°
de uitoefening van het bank-, verzekerings- of beleggingsbedrijf, of het financieren van een of meer andere ondernemingen, of
- 2°
het verwerven, vervreemden, beheren of exploiteren van onroerende zaken of het ontwikkelen van onroerende zaakprojecten.
2.
Geen subsidie wordt verstrekt voor activiteiten die direct verband houden met:
- a.
de uitvoer naar andere lidstaten van de Europese Unie of derde landen;
- b.
andere lopende uitgaven direct verband houdend met activiteiten op het gebied van uitvoer;
- c.
het oprichten en exploiteren van een distributienet ten behoeve van uitvoer, of
- d.
investeringen die niet in overeenstemming zijn met de wetgeving van de Europese Unie en met de nationale milieubeschermingswetgeving.