Einde inhoudsopgave
Wet voortgezet onderwijs BES
Artikel 35
Geldend
Geldend vanaf 10-10-2010
- Redactionele toelichting
Tekstplaatsing van de Landsverordening voortgezet onderwijs, zoals gewijzgd bij de Aanpassingsregeling BES-wetten (28-09-2010, Stcrt. 15040). Tijdstip iwtr.: 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba. 06.00 uur in het Europese deel van Nederland.
- Bronpublicatie:
22-09-2010, Stb. 2010, 578 (uitgifte: 01-10-2010, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
10-10-2010
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
30-09-2010, Stb. 2010, 389 (uitgifte: 01-01-2010, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Onderwijsrecht / Voortgezet onderwijs
1.
Tot leraar aan een school kan slechts worden benoemd hij die in het bezit is van:
- a.
een bewijs van bekwaamheid voor het door hem aan die school te geven onderwijs;
- b.
een bewijs van voldoende pedagogische en didactische voorbereiding, voor zover vereist bij of krachtens artikel 36;
- c.
een bewijs van goed zedelijk gedrag, afgegeven door de bevoegde overheden van de plaatsen waar hij de laatste twee jaren heeft gewoond;
- d.
een geneeskundige verklaring dat hij geen ziels- of lichaamsgebreken heeft die hem voor de vervulling van de betrekking ongeschikt maken;
en die de bevoegdheid tot het geven van onderwijs niet krachtens artikel 40 heeft verloren.
2.
In bijzondere gevallen kan Onze Minister aan personen die in een bepaald vak of onderdeel van een vak door buitengewone bekwaamheid uitmunten, ten aanzien van dit vak of dit onderdeel ontheffing verlenen van de in het eerste lid onder a en b gestelde eisen.
3.
Bij tijdelijke afwezigheid van een leraar kan ten aanzien van degene die hem vervangt telkens voor ten hoogste twee jaar worden afgeweken van de eisen van benoembaarheid, gesteld in het eerste lid onder a en b.
Indien in een vacature niet terstond kan worden voorzien door de benoeming van een leraar die aan de genoemde eisen voldoet, is het bepaalde in de vorige volzin van overeenkomstige toepassing.
4.
In het eerste leerjaar van een dagschool voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger algemeen voortgezet onderwijs of voor voorbereidend secundair beroepsonderwijs kan een leraar die daartoe naar het oordeel van het bevoegd gezag bekwaam is, ook onderwijs geven in andere vakken dan die waarvoor het in zijn bezit zijnde bewijs van bekwaamheid bedoeld in het eerste lid onder a, geldt.
In bijzondere gevallen kan het bepaalde in de vorige volzin eveneens toepassing vinden ten aanzien van een leraar in het tweede leerjaar van een daarbedoelde school.
5.
In de gevallen, bedoeld in het derde en het vierde lid, is de goedkeuring van de inspectie vereist.
6.
Het eerste lid, onderdeel a en b, is niet van toepassing op een leraar, in zoverre deze belast is met het geven van het vak godsdienstonderwijs of het vak levensbeschouwelijke vorming.
7.
De in het eerste lid onder d bedoelde verklaring mag niet ouder zijn dan twee jaren. Het onderzoek dat ervoor nodig is, wordt ingesteld vanwege het bestuurscollege.