Einde inhoudsopgave
Verordening (EG) nr. 6/2002 betreffende Uniemodellen
Artikel 62 Beslissingen en mededelingen van het Bureau
Geldend
Geldend van 08-12-2024 tot 01-07-2026
- Redactionele toelichting
Wordt toegepast vanaf 01-05-2025. Gecorrigeerd via een rectificatie (PbEU L, 2025/91037).
- Bronpublicatie:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2822 (uitgifte: 18-11-2024, regelingnummer: 2024/2822)
- Inwerkingtreding
08-12-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2822 (uitgifte: 18-11-2024, regelingnummer: 2024/2822)
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Modellen- en merkenrecht
1.
De beslissingen van het Bureau worden met redenen omkleed. Zij kunnen slechts worden genomen op gronden of bewijsstukken waartegen de partijen verweer hebben kunnen voeren. Tijdens een mondelinge behandeling voor het Bureau kunnen beslissingen ter zitting worden uitgesproken. Vervolgens worden de partijen schriftelijk van de beslissing in kennis gesteld.
2.
In elke beslissing, kennisgeving of mededeling van het Bureau worden de bevoegde dienst of afdeling van het Bureau en de naam van het bevoegde personeelslid of de bevoegde personeelsleden vermeld. Zij worden door dat personeelslid of die personeelsleden ondertekend of worden, in plaats daarvan, voorzien van een gedrukt of gestempeld zegel van het Bureau. De uitvoerend directeur kan bepalen dat andere middelen voor het identificeren van de dienst of afdeling van het Bureau en de naam van het bevoegde personeelslid of de bevoegde personeelsleden of een andere identificatie dan een zegel, kunnen worden gebruikt wanneer beslissingen, kennisgevingen of mededelingen met technische communicatiemiddelen worden verzonden.
3.
De beslissingen van het Bureau waartegen beroep kan worden ingesteld, gaan vergezeld van een schriftelijke mededeling dat het beroep schriftelijk bij het Bureau moet worden ingediend binnen twee maanden vanaf de datum van kennisgeving van de betrokken beslissing. Een dergelijke mededeling vestigt ook de aandacht van de partijen op de in de artikelen 66, 67, 68, 71 en 72 van Verordening (EU) 2017/1001 vervatte bepalingen, die op grond van artikel 55, lid 2, van deze verordening ook van toepassing zijn op beroepen die uit hoofde van deze verordening zijn ingesteld. De partijen mogen zich niet beroepen op een verzuim van het Bureau om de mogelijkheid tot beroep mee te delen.