Einde inhoudsopgave
Richtlijn (EU) 2021/555 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens
Artikel 11
Geldend
Geldend vanaf 26-04-2021
- Bronpublicatie:
24-03-2021, PbEU 2021, L 115 (uitgifte: 06-04-2021, regelingnummer: 2021/555)
- Inwerkingtreding
26-04-2021
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
24-03-2021, PbEU 2021, L 115 (uitgifte: 06-04-2021, regelingnummer: 2021/555)
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Wapens en munitie
EU-recht / Bijzondere onderwerpen
1.
Niemand mag een in categorie C ingedeeld vuurwapen voorhanden hebben zonder dat hij daarvan aangifte heeft gedaan bij de autoriteiten van de lidstaat waar het vuurwapen voorhanden wordt gehouden.
Ten aanzien van vóór 14 september 2018 verworven vuurwapens kunnen de lidstaten de aangifteplicht voor in punt 5, 6 of 7 van categorie C ingedeelde vuurwapens opschorten tot 14 maart 2021.
2.
Verkopers, wapenhandelaars of particulieren doen de autoriteiten van de lidstaat waar de overdracht of aflevering van een in categorie C ingedeeld vuurwapen plaatsvindt, hiervan mededeling, met vermelding van de gegevens die de identificatie van de verwerver en het vuurwapen mogelijk maken. Indien de verwerver ingezetene is van een andere lidstaat, wordt deze lidstaat door de lidstaat waar de verwerving heeft plaatsgevonden en door de verwerver zelf van die verwerving in kennis gesteld.
3.
Indien een lidstaat de verwerving en het voorhanden hebben van een in categorie B of C ingedeeld vuurwapen op zijn grondgebied verbiedt of afhankelijk stelt van een vergunning, geeft hij hiervan kennis aan de andere lidstaten, die daarvan uitdrukkelijk melding maken wanneer zij voor een dergelijk vuurwapen een Europese vuurwapenpas afgeven krachtens artikel 17, lid 2.