Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) nr. 648/2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters
Artikel 24 Noodsituaties
Geldend
Geldend vanaf 24-12-2024
- Redactionele toelichting
Wordt toegepast vanaf 24-12-2024.
- Bronpublicatie:
27-11-2024, PbEU L 2024, 2024/2987 (uitgifte: 04-12-2024, regelingnummer: 2024/2987)
- Inwerkingtreding
24-12-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
27-11-2024, PbEU L 2024, 2024/2987 (uitgifte: 04-12-2024, regelingnummer: 2024/2987)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
1.
De voor de CTP bevoegde autoriteit of een andere betrokken autoriteit stelt ESMA, het in artikel 18 bedoelde college, de betrokken leden van het ESCB, de Commissie en andere betrokken autoriteiten onverwijld in kennis van elke noodsituatie met betrekking tot een CTP, met inbegrip van:
- a)
situaties of gebeurtenissen die gevolgen hebben of waarschijnlijk zullen hebben voor de prudentiële of financiële soliditeit of de veerkracht van CTP's waaraan overeenkomstig artikel 14 een vergunning is verleend, hun clearingleden of cliënten;
- b)
wanneer een CTP voornemens is haar herstelplan op grond van artikel 9 van Verordening (EU) 2021/23 te activeren, een bevoegde autoriteit een vroegtijdige interventiemaatregel op grond van artikel 18 van die verordening heeft genomen of een bevoegde autoriteit een volledige of gedeeltelijke verwijdering van de directie of de raad van de CTP heeft geëist op grond van artikel 19 van die verordening;
- c)
wanneer er ontwikkelingen zijn op de financiële markten of andere markten waarvoor de CTP clearingdiensten verleent, die een negatief effect kunnen hebben op de marktliquiditeit, de transmissie van monetair beleid, de soepele werking van betalingssystemen of de stabiliteit van het financiële stelsel in een van de lidstaten waar de CTP of een van haar clearingleden is gevestigd.
2.
In een noodsituatie wordt onverwijld informatie verstrekt en geactualiseerd om de leden van het in artikel 18 bedoelde college in staat te stellen de gevolgen van die noodsituatie, met name voor hun clearingleden en hun cliënten, te analyseren. De leden van het in artikel 18 bedoelde college kunnen de informatie doorgeven aan de overheidsinstanties die verantwoordelijk zijn voor de financiële stabiliteit van hun markten, met inachtneming van de in artikel 83 bepaalde geheimhoudingsplicht. De geheimhoudingsplicht overeenkomstig artikel 83 is van toepassing op bedoelde instanties die deze informatie ontvangen.
3.
In het geval van een noodsituatie bij een of meer CTP's die destabiliserende effecten op grensoverschrijdende markten heeft of waarschijnlijk zal hebben, coördineert ESMA de bevoegde autoriteiten, de op grond van artikel 3, lid 1, van Verordening (EU) 2021/23 aangewezen afwikkelingsautoriteiten en de in artikel 18 van deze verordening bedoelde colleges om een gecoördineerde reactie op noodsituaties met betrekking tot een CTP op te bouwen en te zorgen voor effectieve informatie-uitwisseling tussen bevoegde autoriteiten, de in artikel 18 van deze verordening bedoelde colleges en afwikkelingsautoriteiten.
4.
In geval van een noodsituatie, behalve wanneer een afwikkelingsautoriteit op grond van artikel 21 van Verordening (EU) 2021/23 een afwikkelingsmaatregel met betrekking tot een CTP neemt of heeft genomen, ad-hocvergaderingen van het comité voor toezicht op CTP's, om de reacties van de bevoegde autoriteiten te coördineren:
- a)
kan een vergadering van het comité voor toezicht op CTP's door de voorzitter van het comité worden bijeengeroepen;
- b)
wordt een vergadering van het comité voor toezicht op CTP's door de voorzitter van het comité bijeengeroepen indien twee leden van het comité zulks verzoeken.
5.
De volgende autoriteiten worden, in voorkomend geval, uitgenodigd voor de in lid 4 bedoelde ad-hocvergadering, gelet op de tijdens die vergadering te bespreken onderwerpen:
- a)
de betrokken centrale banken van uitgifte;
- b)
de betrokken met het toezicht op clearingleden belaste bevoegde autoriteiten, met inbegrip van, waar passend, de ECB in het kader van de taken betreffende het prudentieel toezicht op kredietinstellingen binnen het gemeenschappelijke toezichtsmechanisme dat haar overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1024/2013 is toevertrouwd;
- c)
de betrokken met het toezicht op handelsplatforms belaste bevoegde autoriteiten;
- d)
de betrokken met het toezicht op cliënten belaste bevoegde autoriteiten, wanneer deze bekend zijn;
- e)
de betrokken afwikkelingsautoriteiten die zijn aangewezen op grond van artikel 3, lid 1, van Verordening (EU) 2021/23;
- f)
een lid van het in artikel 18 bedoelde college dat niet reeds onder de punten a) tot en met d) van dit lid valt.
6.
Wanneer op grond van lid 4 een ad-hocvergadering van het comité voor toezicht op CTP's wordt gehouden, stelt de voorzitter van dat comité EBA, Eiopa, het ESRB, de bij Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad (1) ingestelde gemeenschappelijke afwikkelingsraad en de Commissie daarvan in kennis, waarbij zij worden uitgenodigd om op verzoek aan die vergadering deel te nemen.
Indien een vergadering wordt gehouden naar aanleiding van een noodsituatie zoals gespecificeerd in lid 1, punt c), nodigt de voorzitter van het comité voor toezicht op CTP's de relevante centrale banken van uitgifte uit om deel te nemen aan die vergadering.
7.
ESMA kan van alle betrokken bevoegde autoriteiten verlangen dat zij haar de nodige informatie verstrekken om haar in staat te stellen de in dit artikel bedoelde coördinatiefunctie uit te voeren.
Indien een betrokken bevoegde autoriteit over de gevraagde informatie beschikt, zendt zij deze onverwijld door aan ESMA.
Indien een betrokken bevoegde autoriteit niet over de gevraagde informatie beschikt, verlangt zij van de CTP's waaraan overeenkomstig artikel 14 vergunning is verleend, hun clearingleden of hun cliënten, verbonden financiëlemarktinfrastructuren of gelieerde derden waaraan die CTP's operationele functies of activiteiten hebben uitbesteed, naargelang het geval en van toepassing, om haar die informatie te verstrekken, en stelt zij ESMA daarvan in kennis. Zodra de betrokken bevoegde autoriteit de gevraagde informatie ontvangt, zendt zij deze onverwijld door aan ESMA.
In plaats van de in de derde alinea bedoelde informatie op te vragen, kan de betrokken bevoegde autoriteit ESMA toestaan die informatie rechtstreeks van de betrokken entiteit te verlangen. ESMA zendt alle van die entiteit ontvangen informatie onverwijld door aan de betrokken bevoegde autoriteit.
Indien ESMA de overeenkomstig de eerste alinea verlangde informatie niet binnen 48 uur heeft ontvangen, kan zij bij eenvoudig verzoek van vergunninghoudende CTP's, hun clearingleden en hun cliënten, verbonden financiëlemarktinfrastructuren en gelieerde derden waaraan die CTP's operationele functies of activiteiten hebben uitbesteed, verlangen dat zij die informatie onverwijld verstrekken. ESMA zendt alle van die entiteiten ontvangen informatie onverwijld door aan de betrokken bevoegde autoriteit.
8.
ESMA kan, op voorstel van het comité voor toezicht op CTP's, op grond van artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 aanbevelingen aan een of meer bevoegde autoriteiten doen waarin hen wordt aanbevolen tijdelijke of permanente toezichtbesluiten te nemen in overeenstemming met de vereisten van artikel 16 en de titels IV en V van deze verordening om aanzienlijke nadelige gevolgen voor de financiële stabiliteit van de Unie te voorkomen of te beperken. ESMA kan alleen dergelijke aanbevelingen doen wanneer er meer dan één CTP waaraan overeenkomstig artikel 14 een vergunning is verleend is getroffen of wanneer gebeurtenissen in de gehele Unie grensoverschrijdende geclearde markten destabiliseren.
Voetnoten
Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 (PB L 225 van 30.7.2014, blz. 1).