Einde inhoudsopgave
Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel
Artikel 16 Repatriëring en terugzending van slachtoffers
Geldend
Geldend vanaf 01-02-2008
- Bronpublicatie:
16-05-2005, Trb. 2006, 99 (uitgifte: 12-05-2006, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-02-2008
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
25-05-2010, Trb. 2010, 160 (uitgifte: 25-05-2010, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Verdragenrecht
Materieel strafrecht / Algemeen
1.
De Partij waarvan een slachtoffer van mensenhandel onderdaan is of waarin die persoon recht had op permanent verblijf ten tijde van de binnenkomst op het grondgebied van de ontvangende Partij, vergemakkelijkt en aanvaardt, met zorgvuldige inachtneming van zijn of haar rechten, veiligheid en waardigheid, de terugkeer van die persoon zonder onnodige of onredelijke vertraging.
2.
Wanneer een Partij een slachtoffer terugzendt naar een andere Staat, geschiedt deze terugzending met zorgvuldige inachtneming van de rechten, veiligheid en waardigheid van die persoon en van de status van elke gerechtelijke procedure die verband houdt met het feit dat de persoon een slachtoffer is, en geschiedt deze bij voorkeur vrijwillig.
3.
Op verzoek van een ontvangende Partij, verifieert de aangezochte Partij of een persoon haar onderdaan is of recht had op permanent verblijf op haar grondgebied ten tijde van de binnenkomst op het grondgebied van de ontvangende Partij.
4.
Teneinde de terugkeer van een slachtoffer dat niet over de juiste documenten beschikt te vergemakkelijken, neemt de Partij waarvan die persoon onderdaan is of in wier grondgebied hij of zij recht op permanent verblijf had ten tijde van de binnenkomst op het grondgebied van de ontvangende Partij op zich, op verzoek van de ontvangende Partij, de reisdocumenten of andere vergunningen af te geven die nodig kunnen zijn om die persoon in staat te stellen te reizen en terug te keren naar haar grondgebied.
5.
Elke Partij neemt de wetgevende of andere maatregelen die nodig kunnen zijn om repatriëringsprogramma's in te stellen, en betrekt daarbij relevante nationale of internationale instellingen en niet-gouvernementele organisaties. Deze programma's zijn bedoeld om te voorkomen dat mensen opnieuw slachtoffer worden. Elke Partij dient zich in te spannen om de reïntegratie van slachtoffers in de maatschappij van de Staat van terugkeer te bevorderen, met inbegrip van reïntegratie in het onderwijssysteem en de arbeidsmarkt, met name door het verwerven en verbeteren van hun beroepsvaardigheden. Met betrekking tot kinderen dienen deze programma's mede te omvatten het genot van het recht op onderwijs en maatregelen om adequate zorg of een adequate ontvangst door de familie of passende zorgstructuren te verzekeren.
6.
Elke Partij neemt de wetgevende of andere maatregelen die nodig kunnen zijn om slachtoffers de beschikking te geven, wanneer toepasselijk in samenwerking met andere betrokken Partijen, over contactgegevens van structuren die hen van dienst kunnen zijn in het land waarnaar zij worden teruggezonden of gerepatrieerd, zoals met rechtshandhaving belaste diensten, niet-gouvernementele organisaties, juristen die bijstand kunnen verlenen en diensten voor sociale zorg.
7.
Kinderen die het slachtoffer zijn, worden niet teruggestuurd naar een Staat indien er aanwijzingen zijn, na een risico- en veiligheidsbeoordeling, dat terugzending niet in het belang van het kind zou zijn.