Einde inhoudsopgave
Inkomstenregeling militairen
Artikel 4 Bindingspremie
Geldend
Geldend vanaf 17-12-2024
- Bronpublicatie:
05-12-2024, Stcrt. 2024, 41110 (uitgifte: 16-12-2024, regelingnummer: BS2024038772)
- Inwerkingtreding
17-12-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
05-12-2024, Stcrt. 2024, 41110 (uitgifte: 16-12-2024, regelingnummer: BS2024038772)
- Vakgebied(en)
Ambtenarenrecht / Bezoldiging
Ambtenarenrecht / Arbeidsvoorwaarden
Ambtenarenrecht / Vergoeding
1.
De bindingspremie, bedoeld in artikel 12 van het besluit, heeft een tijdelijk karakter en wordt voor een periode van ten hoogste vijf jaar toegekend. De aanspraak op de premie ontstaat eerst na afloop van de periode waarvoor de bindingspremie is toegekend.
2.
Met inachtneming van het eerste lid kan bij wijze van voorschot voor ten hoogste 60% van de in het jaar van toekenning geldende bezoldiging worden uitbetaald met dien verstande dat nooit meer kan worden uitbetaald dan de totale bindingspremie.
3.
Het is toegestaan na ommekomst van de bindingsperiode opnieuw een bindingspremie toe te kennen.
4.
Bindingspremies worden niet toegekend aan militairen op wie reeds een maatregel met een bindende werking van toepassing is
5.
Over de periode waarvoor de bindingspremie is toegekend, bedraagt de premie gemiddeld jaarlijks maximaal 30% van de in het betreffende jaar genoten bezoldiging. Indien een bindingspremie wordt toegekend over een periode langer dan één jaar, dan kunnen over de onderscheidenlijke jaren afwijkende opbouwende percentages per jaar worden toegekend.
6.
Uitbetaling van de premie vindt plaats binnen twee maanden nadat de militair de in het eerste lid bedoelde periode heeft voltooid.
7.
Indien binnen de periode waarvoor de bindingspremie is toegekend ontslag wordt verleend, betaalt de militair de vooraf betaalde premiebedragen terug.
8.
Indien de billijkheid dat vordert kan de commandant operationeel commando gehele of gedeeltelijke ontheffing van de terugbetalingsverplichting vaststellen. Hiervan is in elk geval sprake indien het ontslag het gevolg is van omstandigheden die niet aan de militair te wijten zijn.
9.
Indien naar het oordeel van de commandant operationeel commando in ieder geval sprake is van een significant beloningsverschil met de arbeidsmarkt die een mate van uitstroom van militair personeel teweegbrengt die de operationele gereedheid en inzetbaarheid van de krijgsmacht in gevaar brengt, kan de commandant operationeel commando, door tussenkomst van de Commandant der Strijdkrachten, een voordracht doen aan de Hoofddirecteur Personeel voor het toekennen van een bijzondere bindingspremie. Indien naar het oordeel van de Hoofddirecteur Personeel daarvan sprake is, kan in afwijking van het eerste, tweede en vijfde lid, met inachtneming van dit oordeel aan een militair door de commandant operationeel commando een bijzondere bindingspremie worden toegekend. Deze premie kan eenmalig worden toegekend voor een periode gelegen tussen ten minste vijf jaar en ten hoogste acht jaar voor maximaal 50% van de in het betreffende jaar genoten bezoldiging en met een voorschot van ten hoogste 75% van de in het betreffende jaar genoten bezoldiging, met dien verstande dat nooit meer kan worden uitbetaald dan de totale bindingspremie.