Einde inhoudsopgave
Wet aanpassing fonds voor gemene rekening en vrijgestelde beleggingsinstelling
Artikel IXA
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2025
- Bronpublicatie:
18-12-2024, Stb. 2024, 434 (uitgifte: 23-12-2024, kamerstukken: 36602)
- Inwerkingtreding
01-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
18-12-2024, Stb. 2023, 503 jo Stb. 2024, 434 (uitgifte: 23-12-2024, kamerstukken: 36602)
20-12-2023, Stb. 2023, 503 jo Stb. 2024, 434 (uitgifte: 27-12-2023, kamerstukken: 36423)
- Vakgebied(en)
Invordering / Uitstel van betaling, kwijtschelding en verjaring
Vennootschapsbelasting / Belastingplichtige
Vennootschapsbelasting / Beleggingsinstelling
De bewijzen van deelgerechtigdheid in een fonds worden geacht met ingang van 1 januari 2025 niet verhandelbaar te zijn indien:
- a.
het fonds voor gemene rekening of het lichaam opgericht of aangegaan naar het recht van een andere staat dat een met een fonds voor gemene rekening vergelijkbare rechtsvorm heeft zonder toepassing van dit artikel met ingang van 1 januari 2025 belastingplichtig zou zijn op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, onderscheidenlijk artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van die wet;
- b.
- c.
uiterlijk op 31 december 2025 de vervreemding van de bewijzen van deelgerechtigdheid in het fonds uitsluitend kan plaatsvinden aan het fonds voor gemene rekening; en
- d.
reeds vóór 1 januari 2025 het voornemen bestond om aan de voorwaarde in onderdeel c te voldoen.