Einde inhoudsopgave
Wet vrachtwagenheffing
Artikel 8 (dienstverleningsovereenkomst tussen dienstaanbieder en houder)
Geldend
Geldend vanaf 01-03-2026
- Bronpublicatie:
17-12-2025, Stb. 2025, 444 (uitgifte: 23-12-2025, kamerstukken: 36812)
19-11-2025, Stb. 2025, 402 (uitgifte: 02-12-2025, kamerstukken: 36626)
- Inwerkingtreding
01-03-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
16-02-2026, Stb. 2026, 38 (uitgifte: 19-02-2026, kamerstukken/regelingnummer: -)
16-02-2026, Stb. 2026, 38 (uitgifte: 19-02-2026, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Verkeersrecht / Inrichting wegverkeer
Bestuursrecht algemeen / Handhaving algemeen
Belastingheffing van motorrijtuigen / Belasting van zware motorrijtuigen
Vervoersrecht / Wegvervoer
1.
Nog niet in werking getreden.
2.
De houder ontvangt over een tussen hem en de dienstaanbieder overeen te komen termijn een factuur van de dienstaanbieder voor het berekende bedrag van de vrachtwagenheffing, bedoeld in artikel 6. Op deze factuur is tevens uitgesplitst wat de hoogte is van de verschillende onderdelen van de vrachtwagenheffing, bedoeld in artikel 5, eerste lid. De houder betaalt het bedrag aan de dienstaanbieder. Onverminderd artikel 20, eerste lid, van de Wet implementatie EETS-richtlijn geldt de betaling van het bedrag van de vrachtwagenheffing door de houder aan de hoofddienstaanbieder als voldoening van de betalingsverplichting van de houder aan Onze Minister.
3.
Voor het sluiten van de dienstverleningsovereenkomst legt de houder van de vrachtwagen het kentekenbewijs voor de betreffende vrachtwagen of een daaraan gelijkwaardig voertuigdocument over aan de dienstaanbieder. Aan de hand daarvan stelt de dienstaanbieder vast of degene die de dienstverleningsovereenkomst sluit de houder is van de vrachtwagen die het betreft. Het overleggen van het kentekenbewijs of daaraan gelijkwaardig voertuigdocument kan achterwege blijven als de houder van de vrachtwagen het betreffende document al eerder aan dezelfde dienstaanbieder heeft overgelegd, in verband met het sluiten van een dienstverleningsovereenkomst ten behoeve van de afdracht van tolgelden of gebruiksrechten in een ander land op grond van Richtlijn 99/62/EG.
4.
De dienstaanbieder bepaalt aan de hand van de maximummassa van de combinatie, de CO2-emissieklasse en, indien van toepassing, de euro-emissieklasse van de vrachtwagen welk tarief, bedoeld in artikel 5, voor de desbetreffende vrachtwagen van toepassing is. De dienstaanbieder raadpleegt daartoe het aan hem overgelegde kentekenbewijs of daaraan gelijkwaardig voertuigdocument. Voorts kan de dienstaanbieder daartoe de door de houder aangeleverde bij algemene maatregel van bestuur te bepalen voertuigdocumenten raadplegen. Ook kan de dienstaanbieder daartoe het kentekenregister raadplegen. Correctie van de in dit artikellid bedoelde gegevens heeft geen terugwerkende kracht.
5.
Als de dienstaanbieder het tarief niet kan bepalen overeenkomstig het vierde lid, wordt de vrachtwagen geacht te zijn ingedeeld in CO2-emissieklasse 1 en de gewichtsklasse en euro-emissieklasse die zijn vermeld op het kentekenbewijs of daaraan gelijkwaardig voertuigdocument. Als de gewichtsklasse niet kan worden bepaald, gaat de dienstaanbieder ervan uit dat de maximummassa van de combinatie meer dan 32.000 kilogram bedraagt. Als de euro-emissieklasse niet kan worden bepaald, gaat de dienstaanbieder ervan uit dat de vrachtwagen is ingedeeld in euro-emissieklasse 0.
6.
De dienstaanbieder beoordeelt elke zes jaar na de datum van de eerste registratie van een vrachtwagen die is ingedeeld in CO2-emissieklasse 2 of 3, of deze indeling volstaat dan wel past deze indeling aan, indien daartoe aanleiding is.
7.
Om de inning van de vrachtwagenheffing te verzekeren, kan de dienstaanbieder in de dienstverleningsovereenkomst de houder van de vrachtwagen de verplichting opleggen zekerheid te stellen voor de betaling.
8.
In de dienstverleningsovereenkomst wordt met het oog op de vrachtwagenheffing in ieder geval het volgende geregeld:
- a.
het door de dienstaanbieder verstrekken van boordapparatuur aan de houder en het onderhouden van de functionaliteit daarvan;
- b.
het door de dienstaanbieder verzenden van een factuur aan de houder met daarin in ieder geval gespecificeerd het totaalbedrag van de vrachtwagenheffing en het aantal per dag geregistreerde kilometers;
- c.
het in ieder geval door middel van girale betaling door de houder kunnen betalen van het bedrag van de vrachtwagenheffing aan de dienstaanbieder;
- d.
het beheren door de dienstaanbieder van de klantenrelatie met de houder met inbegrip van een procedure voor klachtenafhandeling;
- e.
het uitvoeren en naleven van het beveiligings- en privacybeleid voor het heffingssysteem voor de vrachtwagens;
- f.
het verstrekken van een kwitantie door de dienstaanbieder aan de houder nadat het bedrag van de vrachtwagenheffing door de dienstaanbieder is ontvangen; en
- g.
9.
Artikel 2, zesde lid, van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/204 is van overeenkomstige toepassing bij het factureren, bedoeld in het vijfde lid, onder b, van de houder door de hoofddienstaanbieder.